Zoeken | Site-navigatie | Extra onderdelen (sidebar)

Certificering: Is een ALO’er of SBE’er lesbevoegd of onderwijsbevoegd?

6 juli 2017 door HAN Sport en Bewegen

Binnen de sport is het heel gebruikelijk dat er aparte certificaten nodig zijn om lessen, trainingen of begeleiding te mogen verzorgen. Ook om lessen te verzorgen binnen het onderwijs zijn bevoegdheden afgesproken. Er komen altijd veel vragen binnen bij HAN Sport en Bewegen en dan specifiek Sport- en Bewegingseducatie (SBE, Sportkunde) als opleiding over hoe het nu precies zit. Wat kan en mag die Sportkundige nu in de praktijk? Dit stuk is bedoeld om hier duidelijkheid in te geven. 

SBE

De opleiding Sport- en Bewegingseducatie (Sportkunde) leidt niet op voor het onderwijs maar voor onder andere het lesgeven aan verschillende doelgroepen (dus niet op scholen). De SBE’er gebruikt sport en bewegen als middel. De doelen die hij of zij heeft met sport en bewegen zijn mede afhankelijk van de opdrachtgever. De lessen of activiteiten vinden bijvoorbeeld plaats in opdracht van de gemeente of in een instelling (Jeugdzorg, de gevangenis, een verzorgingstehuis, of bij mensen met een beperking. Het diploma SBE (Sportkunde) geeft je dus de bevoegdheid om les te geven in een sportzaal, buiten, in het zwembad en dergelijke, maar niet in een onderwijscontext. Bij de lessen of activiteiten kunnen hele verschillende doelen centraal staan; in de naschoolse opvang gaat het om andere doelen dan in de revalidatie.

De bevoegdheid om die lessen of activiteiten te verzorgen heb je als SBE’er, omdat je die bekwaamheid hebt verworven tijdens je HBO-sportopleiding en je dus professioneel bent opgeleid. De opleiding SBE leert je sport- en bewegingsactiviteiten organiseren en uitvoeren met verschillende doelgroepen (van kinderen tot senioren) en dat mag je ook doen want je bent daarvoor bevoegd.

ALO

De ALO leidt op tot de onderwijsbevoegdheid. Dat wil zeggen dat je met het ALO-diploma bevoegd bent in het onderwijs (basis, voorgezet, speciaal-onderwijs) bewegingsonderwijs (‘gymlessen’) te geven. De ALO is een ‘onderwijs-opleiding’ waar je leert hoe je aan jeugdigen verantwoord en kwalitatief hoogstaand sport en bewegingsonderwijs (SBO) kunt geven. De intrinsieke waarde van sport en bewegen staat voorop bij de SBO (sport en bewegen is een doel op zich).

Scholen stellen bijna altijd ALO-opgeleiden aan als ‘gymdocent’ (en zijn ook wettelijk verplicht gediplomeerden aan te stellen). Bij dat lesgeven ligt een belangrijk accent op het leren bewegen van de leerlingen en daarbij worden verschillende bewegingsvormen aangeboden en geoefend. Het doel van de ‘vakdocent SBO’ is dat uiteindelijk zijn leerlingen zich motorisch, sociaal-affectief en cognitief ontwikkelen en ‘een levenslang’ gaan sporten. Om dit te bereiken gaat de vakdocent SBO met zijn leerlingen in en buiten de school aan de slag met sport- en beweegactiviteiten.

ALO en SBE

Voor ALO en SBE (Sportkunde) geldt dat ‘bevoegd zijn’ niet betekent dat het altijd verstandig is om alle sportactiviteiten met alle groepen uit te voeren. B.v. boxen met leerlingen uit groep 4 is ook voor een gymleraar een slecht idee en boogschieten met mensen met spasmes moet ook niet iedere SBE’er doen. Het is een van de bekwaamheden van een HBO-sportprofessional (ALO of SBE) dat hij of zij weet wat je wel en niet moet doen en wat je zelf beter niet kunt doen!

Voor de duidelijkheid moet nog gezegd worden dat:

  • Er ook MBO opgeleiden zijn in de sport (CIOS e.d.);
  • Je bij alle sportbonden een cursus kunt volgen tot trainer in die specifieke sport. Zo’n trainers- diploma kan verschillende niveaus hebben. Het hangt van de sport en het niveau van de sporters af welk diploma gevraagd wordt. Hoe hoger je wilt gaan training geven in de sport hoe belangrijker men het diploma maakt. (in de Topklasse van voetbal moet je echt TC 1 gedaan hebben);
  • Deze bondsopleidingen zijn geen beroepsopleidingen in de volle breedte maar meer gericht op mensen die ‘wat training willen geven’ naast hun beroep als b.v onderwijzer.
  • Bij veel sportverenigingen kun je ook met een ALO of SBE diploma training geven waarbij het wel belangrijk is of je zelf in die sport ‘goed’ bent. Echter op een hoger niveau en in een aantal sporten (bijv. tennis, voetbal, golf) is het verplicht te beschikken over een trainersdiploma.
  • Sommige scholen zetten ook mensen in zonder onderwijsbevoegdheid (bv MBO’ers of SBE’ers). Dit kan onder supervisie van iemand met een onderwijsbevoegdheid. Deze persoon hoeft niet eens in dezelfde ruimte te zijn. Verzekeringstechnisch is het goed om vooraf duidelijk te hebben wie aansprakelijk is bij een ongeval.
  • Je kan bij HAN Sport en Bewegen minoren of (post-HBO) cursussen volgen die een aanvulling zijn op dat wat je leert binnen trainer /coach opleidingen.

 

Verkorte ALO opleiding na SBE?

Er komen ook wel vaker vragen binnen over een verkorte route voor de opleiding ALO om toch die onderwijsbevoegdheid te halen en gymles te mogen geven in het onderwijs aan kinderen en jongeren. De ALO is de enige opleiding die opleidt tot deze onderwijsbevoegdheid (en ook nog eerstegraads). Om de ALO te doen, kun je je aanmelden voor de (deeltijd) ALO en die duurt normaal vier jaar en er wordt verwacht dat je ook werkt/stageloopt in het onderwijs. Als afgestudeerde SBE’er (Sportkundige) zul je in aanmerking komen voor vrijstellingen. Op basis van je eerdere stage-ervaringen en producten die vergelijkbaar zijn vanuit SBE zul je er ongeveer twee jaar over kunnen doen; dit wordt op maat bekeken.

Klik hier voor meer informatie over de (deeltijd)-ALO

Contactpersoon ALO deeltijd: coördinator Martijn Smits: martijn.smits@han.nl

Voor meer informatie over certificering en bekwaamheden: Edwin van Gastel: edwin.vangastel@han.nl

Buurtsportcoach

Wil je weten of je geschikt bent als buurtsportcoach? Als afgestudeerd SBE’er (Sportkundige) ben je dat. Mocht je bepaalde competenties nog niet bezitten, dan is er binnenkort een cursus Buurtsportcoach vanuit HAN Sport en Bewegen. Meer informatie volgt in september. Zie hier voor meer informatie over het competentieprofiel van de buurtsportcoach.

Share

Reacties

3 Reacties to “Certificering: Is een ALO’er of SBE’er lesbevoegd of onderwijsbevoegd?”

Bastiaan Goedhart schreef:

Goed dat jullie aandacht besteden aan de bevoegdheden met betrekking tot het geven van bewegingsonderwijs/lichamelijke opvoeding in het onderwijs en het lesgeven in sport- en spelactiviteiten buiten onderwijstijd. Daar is veel onduidelijkheid over. Zowel bij opleidingen als in het werkveld. Met de opkomst van bijvoorbeeld brede scholen is er meer onduidelijkheid gekomen met betrekking tot onderwijstijd, voor- en naschoolse opvang, bevoegdheden van de leerkrachten, pedagogisch medewerkers, CIOS-ers, helpende ouders etc.
Ik geef o.a. training over veiligheid en aansprakelijkheid aan (vak)leerkrachten, opleidingen en beleidsmakers binnen het onderwijs en werk teven als deskundige. Ik werd door collega’s geattendeerd op dit bericht en ik maak graag gebruik van de mogelijkheid om te reageren.

Er wordt geschreven dat scholen mensen inzetten zonder onderwijsbevoegdheid en dat dit kan zolang er maar iemand supervisie heeft mét een onderwijsbevoegdheid. Er staat expliciet bij; ”Deze persoon hoeft niet eens in dezelfde ruimte te zijn.”
En er wordt vervolgd: ”Verzekeringstechnisch is het goed om vooraf duidelijk te hebben wie aansprakelijk is bij een ongeval.”
Wat betreft de onderwijsbevoegdheid zien we dat er in het werkveld verschillend mee wordt omgesprongen. MBO-ers en Pabo leerkrachten zonder brede bevoegdheid geven bewegingsonderwijs, soms onder supervisie van een bevoegde leerkracht.
Dat het feitelijk kán, wil niet zeggen dat juridisch mag of dat het vakinhoudelijk een verstandige keuze is. De lesgever die onbevoegd lesgeeft kan in een zeer lastig pakket komen indien er sprake is van een ongeval.

In bijvoorbeeld de richtlijnen van de KVLO – maar ook de wet BIO, wet op primair en voortgezet onderwijs- staat (al dan niet indirect) dat er een onderwijsbevoegdheid nodig is om bewegingsonderwijs te geven. Een ALO-er mag dat in alle lagen van het onderwijs (PO, VO, MBO etc.) en alle schooltypen (SO, VSO etc.).
Jullie laten onbenoemd dat er binnen het primair onderwijs ook Pabo leerkrachten bevoegd kunnen zijn om bewegingsonderwijs te geven. Dat zijn leerkrachten die:
-voor 2001 zijn afgestudeerd (al dan niet met de Akte J)
-die de leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs via Pabo volgen en in bezit zijn van een Pabo diploma (de cursist krijgt dan 2 jaar dispensatie om zelfstandig les te geven),
-de leergang hebben afgerond.
Andere personen zijn dus niet wettelijk bevoegd om volledig zelfstandig bewegingsonderwijs te geven. Hoezeer ik ook overtuigd ben van het feit dat een enkele CIOS-er, SBE-er en een enkele Pabo leerkracht zonder brede bevoegdheid wel degelijk in staat is tot het verzorgen van kwalitatief goed bewegingsonderwijs zou ik er voor pleiten om deze niet zelfstandig bewegingsonderwijs te laten geven. Helemaal niet als het toezicht van een bevoegd iemand niet zo dichtbij is dat hij direct zicht heeft op de lesgever zelf en de leerlingen waaraan les wordt gegeven.
NB. In het protocol Bewegingsonderwijs in het primair onderwijs is expliciet het citaat opgenomen m.b.t. de ondersteunende functie: ”Deze ondersteuner heeft geen bevoegdheid voor bewegingsonderwijs en werkt altijd onder verantwoordelijkheid van een bevoegde (bewegingsonderwijs)groepsleraar of vakleraar. Dit betekent dat de bevoegde leraar in de les aanwezig dient te zijn, aangezien de kwaliteit van de lessen bewegingsonderwijs en de veiligheid altijd gegarandeerd moeten blijven.’’

Wat betreft het stuk over aansprakelijkheid. Er staat ‘het is verzekeringstechnisch verstandig om vooraf duidelijk te hebben wie aansprakelijk is bij een ongeval’. Waarschijnlijk wordt bedoeld dat er wordt nagegaan welke personen voor schadevergoeding aangesproken kunnen worden in het geval van bijvoorbeeld een ongeluk. En tevens dat men vervolgens antwoord krijgt hoe deze personen, onder wie in elk geval de lesgevers, verzekerd zijn tegen dit risico van aansprakelijkheid.

Bastiaan Goedhart

Vakleerkracht bewegingsonderwijs
Opleidingsdocent Pabo Haarlem
Deskundige Veiligheid en Aansprakelijkheid –
Scholings- en adviesbureau ‘Alles in Beweging’

Jeroen Huikeshoven schreef:

Zinvolle en duidelijke reactie van jou Bastiaan.
Laten we er met elkaar voor waken dat ons vak gegeven kan gaan worden door niet bevoegde docenten. Het vak bewegingsonderwijs vraagt veel meer van een leerkracht dan bijv. aardrijkskunde dat doet en dan doel ik met name op de veiligheid. Ik ben vakleerkracht bewegingsonderwijs op een basisschool en geef les in alle geledingen van de Pabo en ben me ter degen bewust van de verantwoordelijkheid die ik heb en wij als vakleerkrachten hebben ten opzichte van de zich bewegende kinderen.

Met vriendelijke groeten,

Jeroen Huikeshoven
Vakleerkracht bewegingsonderwijs basisschool de Bareel Heemskerk
Opleidingsdocent Pabo Alkmaar

Edwin van Gastel schreef:

Beste Bastiaan en Jeroen,
bedankt voor jullie reacties!

Dit artikel is geschreven met als primaire bedoeling om de twee termen ‘lesbevoegd’ en ‘onderwijsbevoegd’ uit elkaar te halen en te laten zien wat vooral het verschil is tussen een ALO’er en een SBE’er (Sportkundige). Als ALO’er ben ik zelf ook groot voorstander van bevoegde mensen in het onderwijs! In het multi-disciplinaire veld rondom het kind zijn er echter steeds meer professionals betrokken. Bijvoorbeeld inderdaad op een brede school of in een buurtcentrum. Als oud consulent bewegingsonderwijs van gemeente Arnhem ben ik lang betrokken geweest bij de inzet van vakleerkrachten LO op verschillende basisscholen en bij het schoolzwemmen. Maar ook bij beweegteams icm CIOS / SBE / sportverenigingen / wijkclubs in de stad. Voor de les bewegingsonderwijs heb je een deskundige nodig die bevoegd is: een ALO’er of een PABO’er met de extra module bewegingsonderwijs (of mensen afgestudeerd voor 2001). Voor lessen naschools, bij de sportvereniging of in combinatie met het wijkcentrum op pleintjes in de buurt kun je heel goed andere professionals laten lesgeven. De SBE’er leert tijdens zijn opleiding nog beter dan een ALO’er of PABO’er om didactiek en agogiek in te zetten voor verschillende doelgroepen naast kinderen en jongeren: volwassenen met lage SES, senioren, mensen met een chronische aandoening. Daarbij leert de SBE’er verbinden in de buurt met andere professionals om zo tot een gericht beweegprogramma te komen tbv de individu/groep.

Wat ik wil ophelderen met dit stuk is dat organisaties weten dat ze niet overal een ALO opgeleide professional voor nodig hebben als het gaat om de inzet bij lessen in de sport/beweegsector, maar juist ook de beweegprofessional / Sportkundige heel goed kunnen inzetten. Met name voor andere doelgroepen als kinderen/jeugd.
En dat als je als onderwijsorganisatie een SBE’er of CIOS’er inzet voor ook de les bewegingsonderwijs tijdens schooltijd; dat je dan goed moet nadenken over de aansprakelijkheid. En dus als afgestudeerde professional goed moet nadenken of je dat wel moet willen. Ik ben er geen voorstander van dat het gebeurt, maar het gebeurt. (hetzelfde gebeurt trouwens in het zwemonderwijs: artikel NRC 18-7-2017: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/07/17/jaren-bezig-met-het-a-diploma-11993022-a1566846)

Als opleidingscoordinator van de opleiding SBE (vanaf september 2017: Sportkunde) pleit ik voor duidelijkheid binnen het veld van sport en bewegen over welke professionals kwaliteit leveren. Een SBE’er (Sportkundige) is een professional die breed inzetbaar is in het sport & beweegdomein en goed is om op maat een beweegprogramma/-interventie te ontwerpen, uit te voeren en te evalueren voor iedere doelgroep en in samenwerking met andere professionals!

Een SBE’er is geschikt voor de functie buurtsportcoach: https://blog.han.nl/sportenbeweegprofessionals/2017/07/10/sbeers-sportkundigen-voldoen-aan-competentieprofiel-buurtsportcoach/
Een SBE’er is gecertificeerd leefstijlcoach niv5 bij Fit!vak (NL-Actief: https://trainers.nlactief.nl/fitnesscentra/Gelderland/PR11

Edwin van Gastel
teamleider SBE / Sportkunde
Hogeschool Arnhem en Nijmegen

Reageer

*