Zoeken | Site-navigatie | Extra onderdelen (sidebar)

Docu’s over genetische modificatie doen onterecht moreel appel

13 november 2017 door Koen Dortmans

InScience Filmfestival vertoonde de documentaires Well Fed en Food Evolution. Beide roepen Westerse burgers op hun bezwaren tegen genetisch gemodificeerd voedsel op te geven. In het belang van ontwikkelingslanden die biotechnologie nodig hebben om hongerige burgers te voeden. Niet helemaal terecht, vindt onderzoeker Koen Dortmans, die beide films tijdens het filmfestivals bekeek.

 

De documentaires Well Fed en Food Evolution pasten naadloos in het centrale thema “No Facts, No Future” van InScience Filmfestival dat afgelopen zondag 12 november afsloot. De makers van beide documentaires – allebei genomineerd voor de NTR Publieksprijs van het Nijmeegse wetenschapsfilmfestival – doen een deels geslaagde poging de bezwaren van Westerse burgers tegen genetische modificatie (GMOs) te ontkrachten. Deze bezwaren zijn immers gebaseerd op een gebrek aan feitelijke kennis (no facts) en remmen daarmee de wetenschappelijke en biotechnologische vooruitgang (no future), zo luidt de redering. Dat is niet zozeer nadelig voor het rijke Westen, maar vooral voor armere ontwikkelingslanden waar de bevolkingsgroei nog altijd in die mate stijgt dat GMOs een noodzakelijk middel is om alle monden te voeden, aldus Scott Hamilton Kennedy (Food Evolution) en Karsten de Vreugd en Hidde Boersma (Well Fed).

Het krachtigst wordt op het gevoel van de Westerse tegenstander van GMOs ingespeeld in Food Evolution. Een Zuid-Afrikaanse maïsboer droogt geëmotioneerd zijn tranen nadat hij de kijkende Amerikanen oproept zich ervan bewust te zijn dat hun weerstand boeren op “het Afrikaanse continent onderdrukt.”

Beide documentairemakers reisden af naar naar ontwikkelingslanden in Azië en Afrika – Bangladesh (Well Fed) en Uganda (Food Evolution) – om te laten zien dat moderne biotechnologie gewasbescherming mogelijk maakt die het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen drastisch terugbrengt. Bovenal moeten deze projecten rond de Bengaalse Bt-Brinjal (een GM-aubergine) en de Ugandese GM-banaan duidelijk maken dat biotech mogelijk is zonder inmenging van het grootkapitaal van grote multinationals als Monsanto en Syngenta – een veelgehoord bezwaar tegen GMOs.

Of dat ook betekent dat Westerse landen hun bezwaren tegen GMOs moeten laten varen, is echter twijfelachtig. Hoewel Well Fed op een veel respectvollere manier tegenstanders van GMOs aan het woord laat dan Food Evolution, nemen beide films niet alle bezwaren tegen GMOs weg. Meest problematisch is echter dat de filmmakers ten onrechte suggereren dat Westerse burgers verantwoordelijk zijn voor de strenge wet- en regelgeving tegen GMOs in ontwikkelingslanden. De ironie is dat het voorbeeld van de GM-aubergine in Bangladesh juist aantoont dat landen autonoom zijn in het vaststellen van wet- en regelgeving rond GMOs: Bangladesh heeft geen verbod op GMOs. Ook in Food Evolution is te zien dat Kenia het categorische verbod op GMOs vervangt door wetgeving op basis van een case-by-case beoordeling.

Daarmee lijkt de dreigende honger van mensen in ontwikkelingslanden als hefboom te worden gebruikt om het GMO-verbod in het Westen te laten varen. Dat de films niet onderzoeken wat de gevolgen zouden zijn van een wereldwijde opheffing van de strenge wet- en regelgeving, is een gemiste kans en toont een naïef vooruitgangsgeloof.

Reacties

Reageer

*