HAN

Zoeken | Site-navigatie | Extra onderdelen (sidebar)

The Dutch Approach to instructional design

16 juni 2013 door Paul Jacobs

Paul Jacobs is docent bij Opleidingskunde

Wat begon als een spontaan idee werd al snel omgezet in een concreet plan voor internationalisering. Hoe gaan wij, als opleidingskundigen, om met het ontwerp- en ontwikkelproces en doen we dat op dezelfde manier of anders dan opleidingskundigen buiten onze landsgrens? Is er zoiets als een typische Nederlandse aanpak? Tijd om op onderzoek uit te gaan en samen met het werkveld een congres te bezoeken in the big Apple.

Het ‘International Conference on E-learning in the Workplace’ (ICELW) wordt georganiseerd door Kaleidoscope Learning en gehouden op de campus van de Columbia University in New York. Doel van de conferentie is om synergie te bewerkstelligen door de academische wereld te verbinden met het beroepenveld. Synergie door veelbelovende ideeën, data vanuit onderzoek en voorbeelden uit de praktijk uit te wisselen om zodoende tot nieuwe innovatieve e-learning te komen.

Dinsdagmiddag 11 juni stipt 13.11 uur stijgt ons vliegtuig op voor de 8 uur durende reis richting USA. Naast mij heeft Linda Romviel van Jutten Simulation zich al comfortabel gesetteld in de toch nog krappe Boeingstoel. Gedurende de vlucht spreken we onze gezamenlijke presentatie nogmaals door. Medepassagiers kijken nog even vreemd op als wij elkaar, in ons beste Engels, bevragen over de belangrijkste topics uit onze boodschap.

Woensdag 12 juni is het dan zover. Het congres wordt geopend door keynote speaker Jane Hart, (twitternaam C4LPT) directeur van het Centre for Learning and Performance Technologies UK. Voor ons is Hart geen onbekende omdat wij haar tijdens het nationale e-learningcongres in 2012 al hebben ontmoet. Hart gaat tijdens haar ICELW keynote in op de veranderingen binnen e-learning door het gebruik van nieuwe tools en apps. Ook kwam de veranderende rol van Learning & Development (L&D) aan bod. Het traditionele ontwikkelen en aanbieden van leercontent maakt plaats voor het faciliteren van informeel (social) learning. Ook gaf zij aan dat medewerkers in organisaties steeds vaker hun eigen kennis creëren. Medewerkers vinden de volgende aspecten daarbij belangrijk: socially, autonomously, immediately, in the workflow en continuously.

De rol van L&D is vooral om deze opgedane kennis te laten delen binnen de organisatie en dat proces te faciliteren.

Donderdag 13 juni was het de beurt aan Dr Will Thalheimer (twitter @willworklearn) , Work Learning Research USA. Zijn keynote ging over ‘subscription learning’ voortgekomen uit het vakgebied ‘Educational Psychologie’. Een methode die in de toolkit van elke ontwerper/ ontwikkelaar moet zitten. De kern van zijn betoog heeft te maken met de wijze waarop de lerende de benodigde kennis tot zich kan nemen. Kleine brokjes informatie die met interval worden aangeboden waardoor het memoriseren beter gaat. Brokjes die de lerende eerst dient te begrijpen en vervolgens betekenis moet geven. Een aloude (leer)wet die door recent onderzoek nogmaals zijn effectiviteit heeft bewezen.

Het programma van de ICELW biedt een breed palet van sprekers en workshopleiders in kleine en grote zalen in het Faculty House van de universiteit. Zalen met prachtige namen als ‘Presidential Room’ en ‘Board Room’. Sprekers van divers pluimage uit meer dan 30 landen delen hun werkwijze, ideeën, onderzoek of ervaring. Kennis bruist en borrelt tussen onderzoekers, ontwikkelaars en trainers met de voortdurende gemeenschappelijkheid van leren en werken. Soms is het even flink zoeken tussen het aanbod. Titels van workshops helpen niet altijd bij de vraag wat je kunt en mag verwachten. De meest indrukwekkende titel was met stip ‘A Colleborative E-Learning Application for Electric Field Distribution in Biological Tissues for Electoporation-Based Biomedical Applications”. Deze sessie hebben we maar niet bezocht en de tijd nuttig besteed aan een korte wandeling over de campus.

 

Donderdag 13 juni om 11.45 uur: D-Day. Op de derde verdieping in een prachtige boardroom mochten wij onze ‘60 minutes of Fame’ beleven. Na een laatste check van onze presentatie konden Linda en ik van start. (Overigens is een deel van onze presentatie te vinden op www.ICELW.nl)

Ons doel was tweeledig. Enerzijds wilde we internationale bekendheid geven aan Opleidingskunde en Jutten Simulation en anderzijds wilde wij onze aanpak van het ontwerp en ontwikkelproces delen met de aanwezigen en daarover feedback genereren. Welke factoren betrekken wij in het ontwerpproces en welke creatieve werkvormen komen daaruit voort? Hoe doen wij dat in vergelijking met (internationale) educational/instructional designers? Is onze ‘Dutch Approach’ anders en wat of hoe dan?

Wat op viel is dat Amerikaanse bedrijven vooral gericht zijn op de performance van medewerkers. Eigenlijk bedoelen ze hiermee ‘wat levert het leren op in dollars’? Leren hoeft niet mooi of leuk te zijn, het moet vooral financieel wat opleveren. In Europa kijken we veel meer naar de zachte skills van medewerkers zonder daar direct een ROI (baten/kosten) aan te koppelen. Wij zoeken veel meer de balans tussen ‘belang medewerkers’ en ‘belang organisatie’. Dit vanuit de gedachte dat het welbevinden van medewerkers positief effect heeft op de performance als een natuurlijk proces.

Het gaat wat ver om in deze blog alle opgedane informatie en ervaringen te beschrijven. Toch wil ik een aantal opvallende trend en inzichten vanuit de conferentie delen. Als eerste is het opvallend dat er veel onderzoek wordt gedaan naar leren van/via/met/door ICT. Of deze data te gebruiken zijn in de NL situatie betwijfel ik omdat er veel culturele aspecten kleven aan leren en ontwikkelen. Dit zowel bij het individue als de organisatie.

Een andere opvallende trend is dat veel landen flink gaan investeren in het ‘digitaliseren’ van het leren. Zuid Korea wil bijvoorbeeld in 2015 het leermateriaal 100% digitaal gaan verstrekken aan scholieren. Een ambitie waar onderwijs en overheid fors op gaan investeren. Dit digitaliseren betekent voor mij niet automatisch dat het leren ook beter wordt.

Een andere interessante ontdekking is dat met name jonge medewerkers (in organisaties) het leren zelf vormgeven. Dit vaak onbewust, vanuit een logische workflow en vinden het ook een eigen verantwoordelijkheid, zonder dat zij zich van dit ‘leren’ heel erg bewust zijn. Het blijkt dat L&D in veel gevallen nog worstelt met deze veranderende manier van leren en dat het verschil in verwachtingen van deze generaties lastig is om daar een uniform antwoord op te geven. Hoeveel moet ik sturen, ondersteunen, of organiseren? Dat lijkt mij, persoonlijk, een vraagstuk waar wij ons als Opleidingskundige de komende jaren veelvuldig mee gaan bezig houden.

Natuurlijk keek ik – vanuit mijn hoedanigheid als HAN docent – met meer dan gemiddelde interesse en nieuwsgierigheid naar Columbia University. Is er op deze imposante universiteit (met 27000 studenten en meer dan twintig faculteiten) een opleiding te vinden die vergelijkbaar is met Opleidingskunde? Op de campus van Columbia University is een Teachers College gevestig met tien academische departementen waaronder een instituut Human Development. Het instituut kent diverse programma’s waaronder Cognitive studies in Education, Development Psychologie en Measurement, Evaluation and Statistics. In elke richting kan de student afstuderen op een niveau varierend van M.A., M.S., Ed.M., Ed.D. tot Ph.D. Verrassend genoeg richt geen enkel programma zich specifiek op het ontwikkelen van medewerker in organisaties. Een (met veel fantasie) vergelijkbare variant met Opleidingskunde, althans waar zij zich op richten, vond ik binnen het instituut Social-Organizational Psychologie. Dit instituut behoort echter niet tot Human Development maar valt onder het departement Organization & Leadership. De accenten waar zij zich op richten komen op onderdelen overeen met Opleidingskunde maar is toch nÈt niet vergelijkbaar.

Kortom, ook in New York vindt Opleidingskunde niet een gelijke. Dat maakt mij weer duidelijk dat wij in dat kleine kikkerlandje een goede keuze hebben gemaakt. Vanuit het thema ‘een leven lang leren’ is het logisch dat Opleidingskunde bestaat. Na ‘school leren’ start ‘werk leren’, voor ons overduidelijk. Nu de rest van de wereld nog….

Morgen, vrijdag, start de laatste dag van de ICELW conferentie. Daarna hebben we het weekend om ‘The City That Never Sleeps’ te verkennen. Twee dagen om ons te vergapen aan deze immense stad, de bezienswaardigheden en haar inwoners. 48 uur om de toerist uit te hangen en dan weer terug naar ‘thuis’ met een tas vol was en een hoofd vol kennis.

Paul Jacobs, New York USA

Website Opleidingskunde

Share

Reacties

3 Reacties to “The Dutch Approach to instructional design”

avatar Paul Jacobs schreef:

Een mooie aanvullende blog over ICELW van Sarah Frame (Toolwire) is te vinden op: http://www.trainingjournal.com/blog/articles-blogs-something-old-something-new/

avatar Anouk schreef:

Beste Paul,
Tijdens alle pre-vakantie stress is het lezen van deze blog er bij ingeschoten, maar ik ben blij dat ik ‘m weer heb gevonden en heb met veel plezier gelezen over jullie avontuur en inzichten!

Wat mij triggert (als opleidingskundige in een internationale organisatie met veel invloeden vanuit US) is de trend/het gegeven dat L&D nog worstelt met de veranderende manier van leren – dat jonge medewerkers het leren zelf vormgeven. Op dit moment is het ‘hoe faciliteren we dit’ een vraagstuk binnen onze learning-organisatie, en we hebben het antwoord nog niet gevonden.

Naar mijn idee lukt dat ook niet omdat L&D gestructureerd en gericht is op de ‘oude’ manier van leren (faciliteren). Ik ben benieuwd of er meer opleidingskundigen en/of studenten zijn die dit vraagstuk herkennen binnen hun organisatie, en wil hier graag over sparren! Laten wij als opleidingskundigen leidend zijn in het vormgeven van deze leer-revolutie :)

avatar Paul Jacobs schreef:

Beste Anouk, Inderdaad een interessant onderwerp wat nog de nodig studie (onderzoek) vergt.
Het sparren heeft inmiddels een concreet karakter gekregen. Wij ontmoeten elkaar binenkort om dit onderwerp eens verder te verkennen. Ik kijk er naar uit.
Tot snel!

Reageer

*