Zoeken | Site-navigatie | Extra onderdelen (sidebar)

Opslagmogelijkheden voor onderzoeksdata bij HAN

10 december 2013 door Ton Ammerlaan

Voor echte wetenschap is de controleerbaarheid van gegevens heel belangrijk. Datamanagement in de vorm van digitaal opslaan, bewaren en vindbaar maken van gegevens is daarom een must. Waar kunnen HAN onderzoekers hun data opslaan? Hoe doen ze dat goed in hun datamanagement plan? Welke ondersteuning krijgen ze van informatiecoordinatoren?

Opslagmogelijkheden

 Bij de HAN zijn er verschillende mogelijkheden voor de opslag van onderzoeksdata. Welke mogelijkheid een onderzoeker kiest, hangt af van de fase waarin het onderzoek verkeert en de mate waarin de data toegankelijk mogen zijn. 1. Als het gaat om ruwe of half bewerkte data is vertrouwelijkheid belangrijk. Deze data zijn nog niet ‘rijp’ voor publicatie en voor dit type onderzoeksgegevens voorziet de HAN in opslag op het netwerk in de vorm van de U:, W:,- of R:-schijf. Deze laatste is nieuw, zie hieronder. Van buiten de HAN zijn via WebDesktop de gegevens op de U:-, W:- of R:-schijf te benaderen. Ook via WebDesktop is vertrouwelijkheid gegarandeerd omdat deze een extra beveiliging kent via een sms-authenticatie. 2. Gaat het om niet-vertrouwelijke, maar ook niet helemaal openbare onderzoeksdata, bijvoorbeeld data voor analyse? Dan biedt HAN-Scholar een goede mogelijkheid voor opslag. 3. Zijn onderzoeksgegevens wel helemaal openbaar – denk daarbij aan publicaties – dan zijn er buiten de HAN vele ­mogelijkheden bij externe dienstverleners in de ‘cloud.’

Datamanagement

Onderzoekers binnen de HAN maken gebruik van onderzoeksdata én produceren deze zelf door middel van hun onderzoek. Nummer één in de wetenschapsbeoefening is de controleerbaarheid van gegevens en dat betekent dat onderzoeksdata opgeslagen en bewaard moeten worden, én ook nog vindbaar moeten zijn. Daar is tegenwoordig een term voor: datamanagement. Bij goed datamanagement kunnen onderzoeksgegevens door collega-onderzoekers worden gecontroleerd en eventueel hergebruikt bij ander onderzoek. Door een datamanagementplan (DMP) op te stellen, schept een onderzoeker de voorwaarden voor goed datamanagement.

Wat staat er in zo’n plan?

Onderzoekers beschrijven daarin op welke manier de data beheerd, gedocumenteerd en gedeeld kunnen worden. Met zo’n DMP krijgen onderzoekers inzicht in welke voorzieningen nodig zijn en waar mogelijk knelpunten ontstaan bij de omgang met onderzoeksgegevens. Een voorbeeld van een landelijke blauwdruk voor zo’n plan is te vinden bij DANS. De voorzieningen bij de HAN voor goed datamanagement zijn nog in ontwikkeling. Op de volgende pagina’s komen ze stuk voor stuk aan de orde.

HAN Informatiecoordinatoren en Aanspreekpunten voor ‘Onderzoek met ICT’

 • Faculteit Educatie, Kenniscentrum Kwaliteit van Leren: Nieske Coetsier

• Faculteit Techniek, Kenniscentrum Technologie en ­Samenleving: Ton Ammerlaan

Nog niet iedere faculteit heeft een IC’er bij wie onderzoekers terecht kunnen, maar er zijn wel beleidsmedewerkers die onderzoek in hun takenpakket hebben.

• Faculteit Gezondheid, Gedrag en Maatschappij, Cecile Nijsten

• Faculteit Economie en Management, Anne-Marie Haanstra

Samenwerkende onderzoekers binnen en buiten de HAN in EDUgroepen

EDUgroepen is dé gratis digitale samenwerkingsomgeving voor het hoger onderwijs en onderzoek in Nederland,’ staat er op de gelijknamige website te lezen. Wat biedt EDUgroepen? Docenten, studenten en staf kunnen per gebruiker maximaal 20 teamsites aanmaken van 250 MB per site. Ieder lid van een teamsite dat is ingelogd, kan een onbeperkt aantal andere teamleden uitnodigen, ook mensen die niet bij een instelling voor hoger onderwijs en onderzoek werken. Voor ACE (zie artikel 3) is dit een groot pluspunt omdat ook het bedrijfsleven bij ACE betrokken is. Gastgebruikers hebben echter niet het recht om zelf teamsites aan te maken. Eigenaren van een teamsite kunnen de ‘look and feel’ aanpassen. Zo is het mogelijk om een logo toe te voegen of het lettertype en de (achtergrond)kleuren te wijzigen.

Gebruikers kunnen een eigen ‘My site’ aanmaken waarop ze profielgegevens kunnen achterlaten. Verder kan elke gebruiker er persoonlijke documenten opslaan tot maximaal 250 MB. Een teamsite van EDUgroepen biedt onder andere de mogelijkheid om Officedocumenten te delen en deze tegelijkertijd met andere teamleden te bewerken, een gezamenlijke agenda bij te houden, alle teamleden te mailen en takenlijstjes bij te houden. EDUgroepen is toegevoegd aan de samenwerkingsinfrastructuur van SURF: SURFconext. Dit betekent dat alleen bij SURF aangesloten instellingen, zoals universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen gebruik kunnen maken van EDUgroepen. Op die manier is het mogelijk op een veilige manier digitaal samen te werken. HANmedewerkers kunnen met het eigen HANaccount inloggen op SURF­conext en vandaaruit toegang krijgen tot EDUgroepen.

Publicatie kan in Open Access en wordt gerubriceerd in een Repository

Een repository is een database die speciaal is gemaakt om scripties, papers, artikelen, onderzoeksdata én ­andersoortige bestanden, zoals audio- of videobestanden in te plaatsen, te bewaren en te publiceren. Elke hoge­school heeft een eigen repository (Institutional Repository) en is verantwoordelijk voor de inhoud en het beheer daarvan. Alle repositories tezamen vormen de HBO Kennisbank. Ook de HAN beschikt over zo’n repository, en daarin worden onderzoekspublicaties bewaard. Vanuit de repository kunnen die onderzoekspublicaties via diverse platforms op internet openbaar gemaakt worden. De HAN-studiecentra vullen en beheren de repository en zorgen ervoor dat de inhoud via bijvoorbeeld www.hbo-kennisbank.nl, www.lectoren.nl, maar ook via de webpagina van het kenniscentrum Kwaliteit van Leren (zie artikel 2f ) beschikbaar is.

Bron: http://www.han.nl/lib/data/pub/DigiTaaldecember2013/#/13/zoomed

Reacties

Reageer

*