HAN

Zoeken | Site-navigatie | Extra onderdelen (sidebar)

Wie is de mug?

10 februari 2017 door Max Windau

Max Windau, derdejaars ALPO-student

‘Ik zie dat de zon al bijna onder is. Het wordt nacht en alle dorpsbewoners, arts-onderzoekers en muggen vallen in een diepe slaap. Maar let op! Slaap niet te diep, want in het holst van de nacht vinden de meest onheilspellende gebeurtenissen plaats. Nu worden eerst de muggen wakker uit hun diepe slaap.’

En een van die muggen was ik. Een mug met een dubbele identiteit. Zodra ik een onschuldige dorpsbewoner met stille malaria zou steken, zou ik namelijk een dodelijke malariamug worden. Eentje waarvoor iedere dorpsbewoner bang is.

In het echte leven ben ik geen malariamug. Alsjeblieft niet zeg! Ik ben Max Windau en studeer aan de ALPO. Nu ik in mijn derde jaar zit, vind ik het leuk om me te verdiepen in boeiende vakinhouden en didactieken. Dit jaar organiseerde het Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit (WKRU) op 25 januari de 8e editie van de Winterschool, een professionaliseringsactiviteit voor leraren in het basisonderwijs. Ik was erbij.

We begonnen de dag met een reeks lezingen over Jheronimus Bosch, geheugen en malaria. Voor de onderzoekers die de lezingen gaven moet het een presentatiehel geweest zijn: een zaal vol leerkrachten die precies weten hoe je kennis het beste kunt overdragen. Voor mij sprong de presentatie van onderzoeker Teun Bousema eruit. Hij doet onderzoek naar malaria en ontdekte dat veel Afrikanen zogenoemde ‘stille malaria’ bij zich dragen. Ze zijn wel besmettelijk, maar voelen zich niet ziek. In tegenstelling tot wat werd gedacht zorgen mensen met ‘stille malaria’ juist voor het grootste deel voor de verspreiding van malaria.

Na een lunchpauze was het tijd voor twee workshops. Ik volgde eerst een workshop van hogeschooldocent Bas ter Avest. Bas heeft gestudeerd aan de kunstacademie. Ooit kreeg hij van een docent de opdracht om een kunstwerk te maken rondom het woord ‘huis’. Hij zette een artiestiek onderzoek op en vroeg zich af wat zijn pas gekochte bovenwoning waard was. Hij verzamelde de schuurpapiertjes waarmee hij de kozijnen had geschuurd, maakte een dik boek met A4’tjes zo groot als het oppervlak van zijn huis en leefde een halve week alleen op de vierkante meters die hij al had afbetaald (dat waren er slechts 5!). Uiteindelijk maakte hij een boek van zijn vloer: hij kraste met een muntje over vellen papier om de historie van ‘zijn’ vloer te vangen in kunst.

Daarna startte Bas ter plekke een artistiek onderzoek met ons. Na een zoektocht door het gebouw kwamen we terug met de meest waardeloze voorwerpen (zie foto). Die bleken na enig nadenken toch best waardevol (geweest) te zijn. Toen Bas later vroeg of we al ons (waardevolle) contante geld in het midden van de kring wilden leggen zag ik sommige leraren twijfelen. Dat deden ze helemaal toen Bas vroeg of we het geld wilden herverdelen.

‘No way!’

‘Maar het zou wel anders zijn als we met een groep vluchtelingen hadden gezeten.’

‘Aan de andere kant kun je ook niet weten of jouw buurman het misschien wel hard nodig heeft.’

Zo kreeg het begrip ‘waarde’ weer een andere betekenis.

 

‘De dorpsvergadering is geopend.’

‘Ja jongens… wie is de mol… ehh… de mug?’

Tijdens de tweede workshop speelden we de malariavariant van het bekende spel Weerwolven van Wakkerdam. Ik moest als mug ’s nachts proberen om een onschuldige dorpsbewoner met stille malaria te ‘prikken’ (aan te wijzen) om zo te evolueren tot malariamug. De dorpsbewoners moesten proberen om de muggen tijdens de dorpsvergadering weg te stemmen voordat zij de kans kregen om iemand met malaria te besmetten. Alleen zo zouden ze het Afrikaanse dorp kunnen redden van een malariaepidemie. Malariaonderzoeker én onschuldige burger Teun lukte dat gek genoeg niet. Hij werd al tijdens de eerste dorpsvergadering door drie spelers weggestemd – ik noem geen namen.

Reacties

Reageer

CAPTCHA
*