HAN

Zoeken | Site-navigatie | Extra onderdelen (sidebar)

Community of Inquiry: inhoudelijk richting geven aan blended learning

16 mei 2012 door

Onlangs heb ik het boek Blended Learning in Higher Education van Randy Garrison en Norman Vaughan gelezen. In dit boek presenteren beide auteurs hun Community of Inquiry (CofI)model als inhoudelijke richting voor blended learning. Naast de conceptuele onderbouwing van het CofI model worden in het boek ook richtlijnen/principes en strategieën beschreven hoe blended learning te ontwikkelen.

Waarde voor de HAN
Het CofI model is niet nieuw, het bestaat al zo’n 10 jaar, maar is steeds verder geconcretiseerd op basis van onderzoek.  Ik ben het met Garrison en Vaughan eens dat juist het CofI model  als goede inhoudelijke basis voor de (door)ontwikkeling van blended learning kan dienen. Zelf heb ik veel ervaring met community learning (oa Virtual Action Learning) en was verbaasd na het lezen van het boek hoe naadloos en herkenbaar de ideeën van Garrison en Vaughan daarop aansluiten.

Ik merk dat opleidingen binnen de HAN op zoek zijn naar een inhoudelijke richting voor blended learning; een inhoudelijke richting die diverse (kleinschaligere) experimenten met ICT in het onderwijs stuurt en in een samenhang met elkaar verbindt.  Dit boek is daarvoor goed bruikbaar. Kortom: een must read voor iedereen binnen opleidingen die zich met blended learning bezig houdt of er zich in wil verdiepen.

Hieronder ga ik verder inhoudelijk in op het CofI model.

Blended learning
Er doen op het internet vele definities van blended learning de ronde. Garrison en Vaughan definiëren blended learning door middel van onderstaande assumpties:

  • Blended learning gaat over het doordacht en samenhangend integreren van online onderwijs en face-to-face onderwijs (bijeenkomsten);
  • Blended Learning impliceert een fundamenteel herontwerp van het onderwijs/curriculum gericht op het optimaal activeren van de student;
  • Blended learning implicieert dat traditionele contacturen (klastijd) worden vervangen of anders worden vormgegeven.

 

Kortom: blended learning impliceert herontwerp van onderwijs en samenhang in de mix van online en face-to-face onderwijs- en leeractiviteiten.  Vaak is dat niet het geval en wordt ICT slechts aanvullend ingezet. Garrison en Vaughan spreken in dat geval van “enhancing the traditional classroom”.

Community of Inquiry als inhoudelijk richting
Het community of inquiry framework is een theoretisch model voor blended leren.  De basis voor de theorie vormt het sociaal constructivisme en de theorieën van John Dewey. Het CoI framework stelt dat effectief online leren alleen mogelijk is binnen een community (leergemeenschap).

Figuur 1: CoI Framwork (bron: http://communitiesofinquiry.com/model)

Het framework beschrijft de elementen die van invloed zijn op het creëren van een dergelijke community en het nastreven van “inquiry” binnen een educatieve context, de voorwaarden voor diep leren. De uitdaging zit in het feit de elementen goed op elkaar af te stemmen. Echter, er is geen sprake van één juiste, meest effectieve balans.  De balans verandert over tijd en over cursussen.

Deze elementen zijn:

  • Cognitive presence: de mate waarin lerenden in staat worden gesteld betekenis te construeren door reflectie en dialoog (discourse)met anderen. De basis voor deze presence vormt het Practical Inquiry Model.  Feitelijk vormt dit model de didactische basis dat richtinggevend is bij het ontwerpen van (design), faciliteren van dialoog binnen (facilitation), educatief leiderschap  (direct instruction) binnen het onderwijsleerproces. Het is een sociaal constructivistisch model dat uitgaat van actief leren samen met anderen.
  • Social presence: de mate waarin de deelnemers zich (affectief) verbonden voelen met elkaar binnen de online gemeenschap. Het doel is om een onderwijsleergemeenschap (community) te creëren met vertrouwen en transparantie als basis waarbinnen doelgerichte, open en gedisciplineerde reflectie en dialoog mogelijk wordt. Ook dit stelt eisen aan het ontwerp, de facilitering van dialoog en educatief leiderschap. Dit aspect staat in klassikaal onderwijs regelmatig op de achtergrond, maar is in blended learning een voorgrondaspect.
  • Teaching presence: Feitelijk betreft de teaching presence de rol van de opleider die met  het onderwijsontwerp, de begeleiding en sturing een onderwijsleergemeenschap creëert waarbinnen betekenisconstructie door reflectie en dialoog (cognitive presence) kan plaatsvinden.

 

In het boek worden lessons learned beschreven voor onderwijsontwerp, facilitering van dialoog, educatief leiderschap en assessment voor docenten op basis van voorbeelden uit de praktijk (hoofdstuk 6). Voor deze gebieden worden tevens strategieën en tools aangereikt (hfdst. 7) om blended onderwijs te ontwerpen en uit te voeren.

Ik merk dat opleidingen binnen de HAN op zoek zijn naar een inhoudelijke richting voor blended learning; een inhoudelijke richting die diverse (kleinschaligere) experimenten met ICT in het onderwijs stuurt en in een samenhang met elkaar verbindt.  Dit boek is daarvoor goed bruikbaar. Kortom: een must read voor iedereen binnen opleidingen die zich met blended learning bezig houdt of er zich in wil verdiepen. Voor meer informatie zie ook de Community of Inquiry website .

  
TwitterFacebookLinkedInShare

Reacties

6 Reacties to “Community of Inquiry: inhoudelijk richting geven aan blended learning”

avatar Dries zegt:

Beste Niels,

Ik ben zeer geinteresseerd in deze materie omdat we binnen de deeltijd een flinke slag gaan maken. Dit is erg bruikbaar om wat meer te conceptualiseren wat wellicht al in onze hoofdjes zit maar waar we nog geen taal voor kunnen vinden.

Bedankt! Ik klets er graag een keer met je over door.

avatar Paul Peters zegt:

Beste Niels,

Dank voor je informatie. Misschien moet ik het boek gaan lezen. Op basis van deze informatie ben ik nog niet overtuigd dat dit model het beste model is wat we hebben. De theorieën van John Dewey en het sociaal constructivisme vormen de basis van dit model schrijf je. Dat roept bij mij onmiddellijk allerlei vragen op die ik hier nu niet ga opschrijven.

Maar mijn belangrijkste vraag gaat niet over de basis van dit model, maar over de resultaten die met dit model geboekt zijn. Heeft toepassing van dit model geleid tot minder uitval en minder studievertraging? Of minder kosten? Of een hoger eindniveau? Is er ergens bewijsmateriaal te vinden dat dit model ergens toe leidt? Zegt het boek wat je hebt bestudeerd hier iets over en is dat overtuigend genoeg?

Ik hoor graag van je! Hartelijke groet!

avatar Niels Maes zegt:

Dank voor je interesse Paul! Ik ben benieuwd naar de vragen die dit bij je oproept en zal je daar nog eens over bellen.

Of dit het enige en beste model is voor het vormgeven van een community of learning weet ik ook niet. Het model is zeker niet allesomvattend en richt zich met name op de “nucleus”: docenten en studenten. Over de verbinding met het werkveld en onderzoek bijvoorbeeld wordt niets gezegd.

Wel vind ik dat het een goede basis vormt voor het richting geven aan community gericht onderwijs met behulp van ICT. Het model geeft mijns inziens ook
goed de trend weer waarnaar blended learning in het hoger onderwijs zich ontwikkelt.

Ik vind het goed bruikbaar als onderliggend model bij een blended, communitygericht onderwijsconcept en als zodanig is het waardevol als een hulpmiddel voor het creeren van een “onderwijsleergemeenschap” tussen docenten en studenten. De voordelen daarvan staan oa in het artikel van Smith&Bath waarnaar in het instellingsplan
wordt verwezen.

Je stelt een terechte vraag over uitval, kosten en eindniveau. In het boek wordt wel gerefereerd aan nader onderzoek waarin wordt aangegeven dat social presence in online programma’s (sociale cohesie, open communicatie, affectieve expressie) invloed heeft op uitval. Ook ken ik onderwijsevaluaties waarin onderwijs dat consistent is met dit model, met name Virtual Action Learning, positief is geevalueerd op studentmotivatie, tijdbesteding aan de studie, eindniveau, etc. Zie daarvoor het VAL boek.

Echter, harde cijfers over rendement en kosten zijn moeilijk te vinden; het is denk ik ook moeilijk om dit 1 op 1 met elkaar in verband te brengen; het blijft een model dat op verschillende manieren kan worden uitgekristalliseerd.

avatar .Paul Peters zegt:

Dank je wel, Niels, voor je uitgebreide reactie.

In het kader van de ontwikkeling van de Professional Communities binnen GGM ben ik altijd erg content met het onderzoek wat de Amerikaanse overheid doet (of laat doen) naar de effecten van innovatieprogramma’s: WHAT WORKS CLEARINGHOUSE van het Institute of Educational Sciences. Zie de website van WWC.

Een citaat van de WWC website:
“About the WWC
The high volume of research on different programs, products, practices, and policies in education can make it difficult to interpret and apply the results.
We review the research.
Then, by focusing on the results from high-quality research, we try to answer the question “What works in education?”
Our goal is to provide educators with the information they need to make evidence-based decisions.”

In Nederland is het onderzoek naar het effect van onderwijsinnovaties op een erg laag pitje gezet in de afgelopen decennia.

Ik ben bang dat dit ruimte heeft gegeven aan allerlei kwakzalverij waardoor je heel goed op moet letten naar wat voldoende wetenschappelijk onderbouwd is en wat vooral ‘vrolijke’ concepten zijn waar nauwelijks het effect van is aangetoond. Vergelijkbaar met de discussies in het medische circuit over bepaalde vormen van alternatieve geneeskunst waarvoor nog geen begin van bewijs is geleverd. Als iets echt aantoonbaar werkt en flink wat voordeel biedt (ook al begrijpen we zelfs niet hoe het werkt) dan vind ik het prachtig.

Misschien moeten we binnen de HAN zelf meer onderzoek doen naar de effecten van innovaties in het onderwijs.
Ook naar jouw Communities of Inquiry. Zit jij al in een kenniskring waarin je dat zou kunnen doen? Ik het er alle vertrouwen in dat je dat kunt.

Met groet! Paul

avatar .Paul Peters zegt:

http://ies.ed.gov/ncee/wwc/

De website van WHAT WORKS CLEARINGHOUSE was niet goed meegekomen in mijn reactie. Ik had hem op de verkeerde plek gezet.. Daarom nog even deze aanvulling.

avatar Niels Maes zegt:

Dank je wel voor deze tip Paul. Ik zal eens gaan grasduinen in de WWC site.

Ik ben het met je eens dat er meer tijd/energie moet worden gestoken in het evalueren van onderwijsinnovaties (met ICT) gericht op het opbouwen van een body of evidence. Om allerlei redenen (gebrek aan tijd, waan van de dag, etc.) gebeurt dat vaak niet of amper.

In de pilots die ik begeleid probeer ik dat steeds explicieter van de grond te krijgen. Frank Thuss maakt op dit moment voor zijn pilots met mobiele technologie in het onderwijs gebruik van de CUMULUS methode die is ontwikkeld door het lectoraat ICT en leren van de HAN. Zie http://frankthuss.wordpress.com/2011/12/20/workshop-onderzoeksmatig-ontwerpen-van-ict-leerarrangementen-hanlotg-hanicto-yam/

Ik ben hier wel van gecharmeerd.

Overigens is er in de VS en Canada veel onderzoek gedaan naar het Community of Inquiry model. Kijk maar eens op deze website http://communitiesofinquiry.com/

Reageer