Gedachtegoed Vogelaarwijken niet ten einde
Hoewel de financiering van veel stedelijke vernieuwingsprojecten slinken of dreigen te slinken, is het gedachtegoed nog niet weg. Recent heeft Rotterdam uitbreiding van haar beheersmogelijkheden gevraagd aan het Rijk, blijkend uit het stuk in de Volkskrant met als titel ‘Rotterdam wil uitbreiding wet om verpaupering tegen te gaan’ (6 april 2012 p.2). Ze willen direct aan de slag om verbetering te bereiken in achterstandswijken. ‘Straten vol werkloosheid, is dat een goed voorbeeld voor opgroeiende kinderen? De omgeving bepaalt of jongeren meedoen in de maatschappij.’
Maar wat wordt dan genoemd als het gaat om verbeteren van die wijken? Dan noemt het Rotterdamse stadsbestuur heel praktische verbeterpunten zoals het onderhoud van tuinen en het kunnen tegengaan van overbewoning van huizen. Ook uit succesvolle sociale ontwikkelingsprojecten in Engeland blijkt dat grote ontwikkelingen beginnen bij het dagelijkse leven van bewoners. Hoe kunnen mensen weer meer voorzien in hun eigen behoeften door het opzetten van moestuinprojecten of een coöperatieve supermarkt? De vraag is waar kun je zowel de jongeren als de volwassenen uit de minder bedeelde wijken weer gevoel van invloed op hun eigen leven geven. Hoe kan een mooiere leefomgeving en woonomgeving bijdragen aan een vergroting van gevoel van zelfwaardering?
Er speelt een dilemma in de keuze van de strategie van Rotterdam. Immers Rotterdam vraagt om uitbreiding van represaillemogelijkheden. Terwijl de doelstelling die ze noemen meer ontwikkelingsgericht is ‘jongeren kansen bieden’. We zijn als gemeenten, zorg en welzijnsinstellingen op zoek naar mogelijkheden om negatieve patronen door generaties en wijken heen te doorbreken. Dit vraagt professionals die veel in huis hebben. Die wetten kunnen gebruiken om een goede start te maken van integrale trajecten die bewoners van wijken ondersteunen om zelf te willen aanpakken. En bestuurders die bereid zijn om deze krachtgerichte aanpakken van langlopende financiering te voorzien. Er is hier een lange adem nodig, anders zijn er alleen kortetermijneffecten. De vele aandacht voor multiprobleemhuishoudens en chronisch zwakke wijken is alleen goed als we ook bereid zijn als consequentie te nemen dat er in welke mate dan ook constructieve begeleiding nodig blijft.






