Zoeken | Site-navigatie | Extra onderdelen (sidebar)

De SURF onderwijsdagen – Richting, Ruimte en Support

8 november 2017 door Esther van Popta

Na de opening, de versnellingsagenda en de uitreiking van de awards heb ik in parallelsessieronde 3 het innovatiecafe bijgewoond (de sessie adaptive learning was helaas vol).

Deze sessie had betrekking op: ‘het organiseren van digitalisering van het onderwijs, hoe pak je dat aan?’ Aan een tafel hadden vijf experts van 4 universiteiten en 1 hogeschool plaats genomen. Ieder kreeg de ruimte om kort inzicht te geven in de manier waarop zij binnen hun instelling de digitalisering hebben georganiseerd:

  • Ulrike Wild (WUR); de WUR wil zich ontwikkelen tot een onderwijseco systeem. Daartoe is o.a. een programma gestart dat gaat over open en online onderwijs. Men wil hiermee andere doelgroepen bereiken en daaraan verdienen. Het bestaat uit online masters en MOOCs. Het programma heeft grote impact op de organsiatie van onderwijs: online onderwijs in extreme vorm is heel wat anders dan regulier onderwijs. Het programma loopt nu vier jaar en de WUR leert hier veel van. De docenten willen graag ondersteuning omdat ze uit hun comfort zone zijn met online onderwijs. Het is wel belangrijk om de complete ondersteuningsketen in te richten. Dit programma gooit veel heilige huisjes omver (bv. toetsing en credits) en het dwingt je om terug naar de basis te gaan: waarom doen we de dingen zoals we ze doen?
  • Marieke Veenstra (EUR); Zij is programmamanager, het programma heet: ‘eerst digitaal is normaal’, omgevormd naar: community of learning and innovation. Naast digitalisering ook ruimte voor professionalisering en onderwijsonderzoek en studentenprojecten. Recent is ook een lab (fysiek en digitaal) vormgegeven waarin docenten kunnen samenwerken aan de vernieuwing. Ook worden hier inspiratiesessies georganiseerd en de dialoog tussen docenten. Het is een strategisch programma en ook de bestuurders zijn zich bewust van de noodzaak.
  • Tessa Puijenbroek (TU Delft); ook in de TU Delft is open en online onderwijs een strategisch programma; De idee is om bottom up te stimuleren en financiën vrij te maken voor daar waar de energie is (‘education in the spotlight’); Ook bestuurlijk is het op orde: er zijn een zogenaamde E-dean (of I-dean?) en een directeur online onderwijs.
  • Jos in den Bosch (Radboud); Hij is programmamanager verantwoordelijk voor het strategisch programma ict in onderwijs; Aanleiding was het aflopen van het contract met Blackboard. Het is een 4-jarig programma waarin allereerst de basis op orde gebracht wordt en een inhaalslag gemaakt moet worden. Zowel bottom up als top down: deze combinatie is noodzakelijk. Grootste uitdaging is dat men een grote groep docenten nog niet bereikt. Voordeel van achterlopen: bij andere afkijken hoe het wel en vooral niet moet.
  • Pieter Cornelisse (HU): Pieter geeft aan: we weten het allemaal niet, dus je moet delen en doen: vooral voorbeelden creeeren om daarvan te leren. Hij benoemt drie interessante kernelementen: richting, ruimte en support. Breng docenten met elkaar in contact om van elkaar te leren, daardoor nu bijna geen discussie meer dat blended learning hetzelfde als online onderwijs is. Docenten en teams willen wel (nu late majority, met deels mensen met veel weerstand): als je geen fantastische support biedt blijven mensen in de kou staan (kennis, geld, leeromgeving). Hebben veel geleerd van zelf ontwikkelde leeromgeving: binnenkort overstap op Canvas. Docenten vinden het lastig om onderwijs te herontwerpen, ze ervaren existentiële angst!

Uit de zaal komt de vraag: Wat is de basis op orde?

  • Jos: basis op orde betekent ook dat ondersteuning op orde moet zijn. Incl. professionaliseirng (basisvaardigheden), een goede digitale leeromgeving en faciliteiten voor kennisclips (studio’s). De docenten ervaren het als last: moeten van last naar lust.
  • Marieke: ook eerst basis op orde: digitale diensten (SIS, rooster, leeromgeving); bijeffect: daarmee in contact met de organisatie.

De bijdragen van de panelleden kwamen mij erg bekend voor als ik kijk naar de situatie bij de HAN. Met name de kernelementen van Pieter Cornellise spreken mij aan: Richting, Ruimte en Support. Richting hebben we wel, nu nog Ruimte en Support.

Reacties

Reageer

*