HAN

Zoeken | Site-navigatie | Extra onderdelen (sidebar)

Alle berichten over ‘Regelgeving’

Ambulance Zorg Onze Zorg

12 januari 2011 door Joke Mintjes

De ambulance wordt beschouwd als deel van de veiligheid en de openbare orde, samen met politie en brandweer. Ten onrechte, schrijft Thijs Gras in de NRC van 6 januari 2011. Thijs Gras is historicus, ambulanceverpleegkundige en verpleegkundig centralist.

Samengevat:

Wordt de Nederlandse ambulancesector beschouwd als zorg of als deel van de openbare orde en veiligheid? Op 1 januari had de nieuwe Wet ambulancezorg van kracht moeten worden, maar de invoering ervan is (opnieuw) uitgesteld. In de nieuwe wet komt het zorgaspect onder druk te staan. Vanuit patiëntperspectief is het onwenselijk wanneer de regio-indeling van de politie leidraad wordt voor de medische zorg. Er zijn principiële en praktische redenen om ambulances te scheiden van brandweer en politie.

Ten eerste onze privacy als het om medische zaken gaat. Het gaat niemand wat aan of je bent gevallen door dronkenschap of astma. Medische hulpverleners hebben zwijgplicht die juridisch uitgaat boven de burgerplicht.

Ten tweede is die scheiding essentieel voor de veiligheid van medische hulpverleners. Zij verlenen zorg aan ieder die dit behoeft, of het nu een dronken autobestuurder betreft die net een kind heeft aangereden of een neergeschoten overvaller. Aan deze neutraliteit ontlenen zorgverleners hun vertrouwen en daarmee hun veiligheid. De politie heeft heel andere belangen. Daarom is het te betreuren dat nu al veel meldkamers van brandweer, politie en ambulancedienst samen zijn gegaan. Op papier wordt het afschermen van medische informatie vaak wel geregeld, maar in de praktijk is het lastiger als de politie over je schouder mee kan kijken. Het zou ertoe kunnen leiden dat mensen in nood toch geen ambulance bellen.

Ook op straat is het onderscheid aan het vervagen door één sirene en gelijkgeschakelde strepen op ambulances, politie- en brandweerwagens. In het donker zie je alleen het streeppatroon, waardoor een ambulance een steen door z’n ruit kan krijgen die bedoeld was voor de politie. De strepen zijn bovendien slecht zichtbaar en voldoen niet aan Europese regelgeving.

Wat dan wel? Sinds tien jaar kent Nederland elf traumacentra, grotendeels gekoppeld aan universitaire ziekenhuizen. Hun taakveld is onlangs verbreed tot alle mensen met een acuut gezondheidsprobleem. Deze ziekenhuizen hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het is veel logischer om de ambulancezorg te koppelen aan deze traumacentra. Voor de meldingen kunnen zorgmeldkamers worden ingericht. Dan pas staat de patiënt echt centraal.

  Zie voor het volledige artikel p://digitaleeditie.nrc.nl/NH/2011/0/20110106___/1_09/article2.html

Share

Fixeren op de Intensive Care

11 april 2010 door Esmée van der Hart

FOTOM armspalk 02Mijn oog valt op ‘Tweede grootschalig onderzoek naar vrijheidsbeperking’ in de TVZ (nr. 3, 2010). Zal het dan toch eindelijk…? Nee, ook dit onderzoek richt zich op toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen (VBM) in de ouderen- en de gehandicaptenzorg. De Intensive Care blijft weer buiten schot.

Misschien begrijpelijk omdat de calamiteiten, die aanleiding waren voor de circulaire van de Inspectie voor Volksgezondheid in september 2008, vooral plaatsvonden in de geestelijke gezondheidszorg en de verpleeg- en verzorgingshuizen. Overigens vonden twee van de acht calamiteiten wél plaats in het algemeen ziekenhuis, maar niet op een Intensive Care. In de circulaire van de Inspectie wordt gesproken over ‘beroepsbeoefenaren die zich onvoldoende bewust zijn van de risico’s van vrijheidsbeperkende maatregelen’ en ‘artsen en verpleegkundigen die onvoldoende kennis hebben van alternatieven om fixatie te voorkomen’. De circulaire was aanleiding voor veel instellingen om het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen terug te dringen. Ook het algemeen ziekenhuis trok zich de kritiek aan. Met regelmaat lees ik over neurologie of geriatrie afdelingen die trots zeggen dat zij geen patiënten meer fixeren. Maar het lijkt wel of de hele discussie aan de Intensive Care voorbij is gegaan.

Omdat er zoveel toezicht is op een Intensive Care, zullen er misschien niet snel calamiteiten plaats vinden door fixatie met ernstige gevolgen voor de patiënt. Ook de Zweedse band wordt er nauwelijks gebruikt. Aan de andere kant hoort de Intensive Care tot de afdelingen in het algemeen ziekenhuis waar de meeste patiënten gefixeerd worden terwijl de ideeën over het beperken van de vrijheid van de patiënt de laatste jaren wel zijn veranderd.

Er is geen onderzoek naar de praktijk van vrijheidsbeperkende interventies op Intensive Cares in Nederland. In een review van Hine wordt 29% tot 39% van de patiënten gefixeerd. In een onderzoek van Leith (1998) 89%. De meest voorkomende reden voor verpleegkundigen om patiënten vast te leggen is het voorkomen van het verwijderen van medische hulpmiddelen. Verpleegkundigen voelen zich heel verantwoordelijk voor het doorgaan van de medische behandeling omdat het verwijderen van tubes levensbedreigend kan zijn voor de patiënt (Hine, 2007). Maar in verschillende onderzoeken weet 11% tot 67% van de patiënten zichzelf te detuberen ondanks dat zij gefixeerd zijn (Birkett, 2005, Hofso, 2007, Hofso&Coyer, 200&). Het is dus helemaal geen succesvolle interventie!

Waarom leeft het terugdringen van VBM dan nauwelijks op een Intensive Care? Elk protocol over vrijheidsbeperking voorziet waarschijnlijk in een noodsituatie waarbij sprake is van ernstig nadeel voor de patiënt en de verpleegkundige direct mag handelen om de patiënt te beschermen. Toestemming vragen aan de familie, het noteren in het patiëntendossier, overleg met een arts; het lijkt opeens allemaal niet meer nodig. Als ik rondkijk op mijn eigen Intensive Care wordt dat bevestigd. Vrijwel nooit wordt er toestemming gevraagd aan de familie. Het wordt wel vriendelijk uitgelegd aan de familie: ‘u wilt toch niet dat uw man de beademingsbuis eruit trekt?’. In het Patiënten Data Management Systeem is geen plek om het toepassen van VBM vast te leggen en ondanks fixeren wisten 7 patiënten (25%) toch een lijn te verwijderen (in een periode van drie maanden). Wie accepteert een complicatie met een incidentie van 25%? Hoewel het misschien moeilijk is om alternatieven te vinden denk ik toch dat het beter en anders kan op de Intensive Care.

Share

Huiselijk geweld herkennen in de acute zorg

27 maart 2009 door Lisbeth Verharen

Huiselijk geweld is de omvangrijkste geweldsvorm in onze samenleving. De spoedeisende hulp kan een belangrijke bijdrage leveren aan het signaleren hiervan. Onderzoek van TNO, Movisie en NJI wijst uit dat in beroepsopleidingen hieraan te weinig aandacht wordt besteed. Bij de onderzochte opleidingen zaten ook de opleidingen voor artsen en verpleegkundigen van de spoedeisende hulp. Het gevolg van de beperkte aandacht is dat hulpverleners signalen niet herkennen of handelingsverlegen zijn. Movisie en NJi hebben daarom competenties omschreven die studenten tijdens hun opleiding moeten ontwikkelen. Deze competenties zijn op 8 oktober 2008 gepresenteerd aan opleidingen en beroepsverenigingen. Zie: www.huiselijkgeweld.nl
Niet alleen in de opleidingen, maar ook in de praktijk is er onvoldoende aandacht voor huiselijk geweld. Uit een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg blijkt dat medewerkers op de spoedeisende hulp signalen onvoldoende herkennen en melden. Zie: www.igz.nl
De Inspectie voert daarom in 2009 een toezichtronde uit langs ziekenhuizen om te kijken of toegezegde verbeteringen in het signaleren en melden van kindermishandeling bij de afdelingen spoedeisende hulp zijn doorgevoerd
Bij het terugdringen van huiselijk geweld is de inzet van alle medewerkers van de spoedeisende hulp hard nodig.

Share

Sturing van beroepen en opleidingen in de zorg

14 april 2006 door Joke Mintjes

Op 28 november 2005 heeft de stuurgroep MOBG (modernisering van de Opleidingen en Beroepsuitoefening in de Gezondheidszorg) de Minister van Volksgezondheid, welzijn en Sport het rapport “Eenheid in verscheidenheid” aangeboden vergezeld van een aanbevelingsbrief.

Het rapport bevat een ontwerp voor een samenhangende besturingsstructuur rond beroepen en opleidingen. Op de site: www.MOBG.nl en www.projectvboc.nl is het een en ander terug te vinden. Wellicht interessant voor de kenniskring.

(auteur: Jan Leijtens)

Share