HAN

Zoeken | Site-navigatie | Extra onderdelen (sidebar)

Alle berichten over ‘Outreach project’

Ziekenhuiskosten kunnen omlaag door tijdige Intensive Care opname

3 december 2014 door Friede Simmes

Als afdelingsverpleegkundige heb je vast vaker te maken gehad met een patiënt die ernstig ziek is. Je vraagt je af of de patiënt niet beter naar de intensive care (IC) kan worden verwezen. Bij twijfel nemen de artsen in veel gevallen de beslissing om het nog even op de afdeling aan te zien. Het argument dat hierbij vaker naar voren wordt gebracht is dat een IC opname een zeer ingrijpende gebeurtenis is voor de patiënt en zijn naasten. Dit wil iedereen graag voorkómen. Gelukkig herstellen de meeste kritisch zieke patiënten op de afdeling. Helaas pakt deze beslissing voor een kleine groep patiënten juist verkeerd uit; ze moeten vanwege verdere verslechtering alsnog op de IC worden opgenomen. Omdat deze patiënten zieker op de IC aankomen, lopen ze kans op een langere IC opnameduur en meer (blijvende) complicaties. De kans om te overlijden neemt toe.
In ons onderzoek hebben wij met behulp van een scenario analyse de hypothese getest dat de kosten voor de ongeplande IC opnames vanaf de afdeling omlaag gebracht kunnen worden door weliswaar meer, maar minder ernstig zieke patiënten naar de IC te verwijzen. Het onderzoek liet zien dat door 33% meer patiënten naar de IC te verwijzen die beduidend minder ziek waren, je per saldo minder IC dagen nodig hebt dan dat je minder, maar ziekere patiënten naar de IC verwijst. Behalve dat de kosten met tijdiger IC verwijzingen omlaag gebracht kunnen worden vermoeden wij dat dit beleid ook positieve effecten heeft op de gezondheidsuitkomsten voor de patiënt; een kortere opnameduur en minder complicaties.
De resultaten uit dit onderzoek kunnen helpen als de afweging gemaakt moet worden om een kritisch zieke patiënt wel of niet naar de IC te verwijzen.

Voor meer informatie:
Simmes, F., Schoonhoven, l., Joke Mintjes, J., Adang, E., & Hoeven van der Hans, Journal of Evaluation in Clinical Practice, March 2014.

Share

Leidinggevenden zijn cruciaal bij het realiseren van patiëntveilige zorg in het ziekenhuis

6 mei 2013 door Friede Simmes

Op afdelingen waar de hoofdverpleegkundige het goede voorbeeld geeft door te ‘doen wat hij/zij zegt’ is de patiëntveiligheid hoger en worden protocollen beter opgevolgd dan op afdelingen waarvan de hoofdverpleegkundige niet op deze wijze handelt (Leroy et al., 2012). Tijdens een handhygiëne verbetertraject werd aangetoond dat afdelingen, waarvan hun leiders actief betrokken waren bij de implementatie, betere resultaten behaalden in vergelijking met afdelingen waar dit niet zo was (Huis et al., 2013). Ook het hoger management kan belangrijke invloed uitoefenen op het verbeteren van de patiëntveiligheid. Bijvoorbeeld door afdelingen regelmatig te bezoeken en aan artsen en verpleegkundigen te vragen waar bedreigingen voor de patiëntveiligheid liggen en welke oplossingen mogelijk zijn. Als de maatregelingen die naar aanleiding van deze gesprekken worden teruggekoppeld, heeft dit een sterk positieve invloed op het veilig werken (Frankel et al., 2008; Schwendimann et al., 2013). De uitkomsten van bovenstaande en nog vele andere studies laten zien dat afdeling- en ziekenhuisleiders patiëntveiligheidsproblemen vooral moeten zien als problemen van het systeem en niet als probleem van de werknemers. Ben jij een afdelingsmedewerker of een afdelingshoofd en zie jij dat jouw patiënten risico lopen op een vermijdbare schade? Overleg dan ook met je leidinggevende en betrek hem/haar bij het oplossen van het probleem.

References
Frankel, A., Grillo, S. P., Pittman, M., Thomas, E. J., Horowitz, L., Page, M., & Sexton, B. (2008). Revealing and resolving patient safety defects: the impact of leadership WalkRounds on frontline caregiver assessments of patient safety. Health Services Research, 43(6), 2050-2066.
Huis, A., Schoonhoven, L., Grol, R., Donders, R., Hulscher, M., & van Achterberg, T. (2013). Impact of a team and leaders-directed strategy to improve nurses’ adherence to hand hygiene guidelines: A cluster randomised trial. International Journal of Nursing Studies, 50(4), 464-474.
Leroy, H., Dierynck, B., Anseel, F., Simons, T., Halbesleben, J. R., McCaughey, D., . . . Sels, L. (2012). Behavioral integrity for safety, priority of safety, psychological safety, and patient safety: a team-level study. The Journal of Applied Psychology, 97(6), 1273-1281.
Schwendimann, R., Milne, J., Frush, K., Ausserhofer, D., Frankel, A., & Sexton, J. B. (2013). A Closer Look at Associations Between Hospital Leadership Walkrounds and Patient Safety Climate and Risk Reduction: A Cross-Sectional Study. American Journal of Medical Quality.

Share

Of je werkt hier veilig of je werkt hier niet

28 januari 2013 door Friede Simmes

Nadat het veiligheidsmanagementprogramma in bijna alle ziekenhuizen is geïmplementeerd, is het onderwijs aan zet. Iedere (toekomstige) zorgprofessional in het ziekenhuis zal moeten leren om risicobewust en veilig te werken. Om structuur aan te brengen in het ‘patiëntveiligheidsleren’ is een concept raamwerk ontwikkeld waarin de benodigde competenties zijn samengebracht. Het raamwerk dient als leidraad voor het reguliere zorgonderwijs, maar kan ook voor bij- of nascholingen of cursussen worden gebruikt. Het conceptraamwerk is ontwikkeld door vertegenwoordigers van vrijwel alle zorgopleidingen, de werkvelden en hun overkoepelende organisaties.
Ben je benieuwd naar het concept raamwerk? Ga naar: http://www.vmszorg.nl/VMS-onderwijs/aanpak. Heb je aanvullingen op het concept dan ben je van harte uitgenodigd hier op te reageren.
Een besluitvormingscommissie met vertegenwoordigers uit voornoemde organisaties buigt zich komend half jaar over de formele borging van de patiëntveiligheidscompetenties in onderwijs en opleiding.

Share

Elektronisch waarschuwingssysteem kan communicatie tussen hulpverleners niet vervangen

7 mei 2012 door Friede Simmes

Rapid response systemen zijn geïntroduceerd om kritisch zieke patiënten tijdig te behandelen. Om deze patiënten te herkennen is de Early Warning score ontwikkeld. Dit is een set van vitale functies, bij het bereiken van drempelwaarden moet de hulp van een zaalarts of het spoedinterventieteam worden ingeroepen. In de praktijk blijkt dat verpleegkundigen en zaalartsen niet, of te laat deze hulp inroepen. Dit is meestal het gevolg van onvoldoende samenwerking tussen de diverse hulpverleners.
In verschillende ziekenhuizen wordt de Early Warning score geïntegreerd in het elektronisch patiëntendossier. Bij afwijkingen wordt automatisch de zaalarts of het spoedinterventieteam gewaarschuwd. Dit lijkt een verbetering, maar lost een slechte samenwerking tussen de hulpverlenrs niet op.
De Early Warning score spoort niet alle kritisch zieke patiënten(tijdig) op. Het ‘niet pluis’ gevoel van verpleegkundigen is daarom belangrijk om deze zieke patiënten te herkennen en voor hen adequate hulp in te roepen. Goede communicatie tussen de hulpverleners blijft daarom noodzakelijk om de patiëntveiligheid te garanderen.

Share

Verpleegkundigen, doe je voordeel met het Spoedinterventiesysteem!

3 januari 2012 door Friede Simmes

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat het spoedinterventieteam (SIT) in veel gevallen te laat bij de patiënt wordt geroepen. Dit komt doordat zowel verpleegkundigen als artsen het protocol lang niet altijd opvolgen. Dat gebeurt ook in onze Nederlandse ziekenhuizen.
Te late SIT oproepen resulteren in aantoonbare slechtere uitkomsten voor de patiënt waaronder een grotere kans om te overlijden!
Het spoedinterventiesysteeem is onder andere bedoeld om de verpleegkundige meer “power” te geven. Zodat artsen daadwerkelijk komen als de verpleegkundige afwijkende vitale functies observeert of ongerust is over de patiënt. Het systeem werkt als je als groep verpleegkundigen massaal achter het systeem staat. Vind je als verpleegkundige het protocol niet werkbaar, wijk niet zomaar af maar breng het ter sprake in teamvergaderingen. Misschien zijn er oplossingen, misschien moet je de onvolkomenheden accepteren. Is eenmaal iets afgesproken dan hou je je eraan. Zorg dat je elkaar, en de artsen aanspreekt als men het protocol niet opvolgt. Het helpt als je op de afdeling een verpleegkundige en een arts als voortrekker aanwijst. Voortrekkers met autoriteit, die hun collega’s kunnen enthousiasmeren, feedback geven over de gevolgde procedures en collega’s aanspreken die de procedures niet opvolgen. Samen zorgen voor veiligheid van de patiënt, maak er een onderwerp van. Zodat je trots bent op je werk en je zeker weet dat iedere patiënt de zorg krijgt die je jezelf ook zou toewensen tijdens de kwetsbare periode van een ziekenhuisopname.

Share

De vitaal bedreigde patiënt veilig in het ziekenhuis?

15 juni 2011 door Friede Simmes

In het UMC St Radboud wordt gewerkt met het spoed interventie systeem (SIS). Als de afdelingspatiënt vitaal bedreigd is kan een medical emergency team (MET), bestaande uit een intensivist en een intensive care verpleegkundige, 24/7 uur met spoed worden opgeroepen om de afdelingsarts te on-dersteunen bij de behandeling van de patiënt. Twee studenten van de HAN, Marloes Heijster en Jules Kraaijkamp, hebben op de afdeling hematologie onderzocht of de modified early warning score (MEWS), een instrument om vitaal bedreigde patiënten op te sporen, en de daarbij behorende op-roepprocedure (zie afbeelding) voldoet. Ook hebben studenten de MEWS scores 72 uur voorafgaande aan een MET oproep en/of ongeplande IC opname in kaart gebracht.
96% van de verpleegkundigen en 83% van de zaalartsen vindt dat de MEWS en de oproepprocedure een goed hulpmiddel bij de beoordeling van een vitaal bedreigde patiënt. Tevens vindt 93% van de verpleegkundigen en vinden alle zaalartsen dat het MET een bijdrage levert aan de patiëntveiligheid doordat snel inzicht wordt verkregen in de klinische situatie van de patiënt.
Uit de 20 onderzochte dossiers blijkt dat 72 uur voorafgaande aan de MET-oproep en/of ongeplande IC-opname 8% van de, op die dag aanwezige patiënten, al matig tot ernstige afwijkende vitale functies vertoonden; de MEWS was ≥ 6. 48 en 24 uur voorafgaande aan de MET-oproep en/of ongeplande IC-opname hadden respectievelijk 29% en 44% van de patiënten een MEWS ≥ 6 .
3/20 patiënten werden ongeplande op de IC opgenomen terwijl ze alle drie 24 uur voorafgaand aan de IC-opname een MEWS ≥ 6 en waarbij het MET niet was opgeroepen.
Verder bleek 57%van de MEWS metingen onvolledig te zijn. Het is aannemelijk dat hierdoor patiënten met een MEWS ≥ 6 zijn gemist.
De vitale parameter ‘ademhalingsfrequentie’ was bij 80% van de patiënten binnen de 6 uur vooraf-gaande aan een MET-oproep/ ongeplande IC-opname in matige tot ernstige mate afwijkend. Dit is opvallend omdat in ruim de helft van alle MEWS metingen de ademhalingsfrequentie niet was geno-teerd.
Dit onderzoek laat zien dat er meer aandacht aan de implementatie van het SIS besteed moet worden zodat de veiligheid van de vitaal bedreigde patiënt nog beter wordt gewaarborgd.

Share

Het spoedinterventiesysteem vraagt om goede afstemming tussen alle betrokken hulpverleners.

30 maart 2011 door Friede Simmes

Om de vitaal bedreigde patiënt in het ziekenhuis tijdig op te sporen en te behandelen is het spoed-interventie-systeem (SIS) ontwikkeld. Door patiënten met afwijkende vitale functies tijdig te behandelen kunnen hartstilstanden en overlijdens worden voorkomen.
De essentie van het systeem is een regelmatige controle van de vitale functies door verpleegkundigen. Als er afwijkende waardes worden geconstateerd moet de arts meteen worden gebeld.
Tot op heden is nog geen overtuigend bewijs geleverd dat het systeem werkelijk het aantal overlijdens verminderd (1).
Nader onderzoek leert dat, hoewel het systeem in veel ziekenhuizen is ingevoerd, de uitvoering niet zo eenvoudig ligt (2;3). Verpleegkundigen voelen zich vaak onzeker of ze de arts werkelijk moeten waarschuwen als ze een afwijkende vitale waarde vinden. Ze overleggen vaak met collega’s wat te doen. Ze zijn geneigd om bij grenswaardes, of als ze zelf een verklaring voor de afwijking hebben, van de procedure af te wijken.
Het is daarom belangrijk dat leidinggevenden en de artsen verpleegkundigen bevestigen om in alle omstandigheden de procedure op te volgen. Dit lijkt een belangrijke voorwaarde om het systeem te laten slagen zodat de veiligheid van de patiënt op dit gebied wordt gewaarborgd.

Reference List

(1) Chan PS, Jain R, Nallmothu BK, Berg RA, Sasson C. Rapid Response Teams: A Systematic Review and Meta-analysis. Arch Intern Med 2010; 170:18-26.
(2) Chan PS, Khalid A, Longmore LS, Berg RA, Kosiborod M, Spertus JA. Hospital-wide code rates and mortality before and after implementation of a rapid response team. JAMA 2008; 300:2506-13.
(3) Odell M, Victor C, Oliver D. Nurses’ role in detecting deterioration in ward patients: systematic literature review. J Adv Nurs 2009; 65:1992-2006.

Share

Kom je ook naar onze workshop?

5 oktober 2010 door Friede Simmes

CommunicatieOp de invitational conference van 14 oktober hebben we behalve de plenaire lezingen ook workshops. Één workshop betreft ‘Multidisciplinaire protocollen: van (on)macht naar samenwerking’. In de workshop nemen we als voorbeeld het oproepprotocol bij afwijkende vitale functies in het kader van het Spoed Interventie Systeem. We bespreken de resultaten van een enquête waarin de artsen en verpleegkundigen problemen melden die zij tegenkomen bij de uitvoering van dit multidisciplinaire protocol. Vervolgens analyseren we door de deelnemers ingebrachte problemen bij de uitvoering van multidisciplinaire protocollen. De analyse is gericht op het zich verplaatsen in de perspectieven van de verschillende disciplines. Daarna zoeken we met elkaar naar mogelijke benaderingen die de samenwerking tussen de verschillende disciplines optimaliseren zodat de patiënt verzekerd is van goede zorg.

Share

Zonder zuurstof geen leven!

21 juni 2010 door Friede Simmes

zuurstof[1]Voordat je verder leest eerst de vraag:
Welke ademhalingsfrequentie  en welke zuurstofsaturatie vind jij normaal?  
Het antwoord vind je onderaan dit artikel.

Uit onderzoek blijkt dat patiënten vaak voorafgaand aan een circulatiestilstand signalen van lichamelijke instabiliteit laten zien. Verschillende verschijnselen vertonen zich tot wel 72 uur  voorafgaand aan de instabiliteit.
Medewerkers op verpleegafdelingen herkennen deze signalen vaak niet, waardoor een vertraging in de adequate behandeling van ernstig zieke patiënten ontstaat. Dit kan ongeplande opname op de ic-afdeling, verlengde opnameduur, reanimatie of zelfs overlijden tot gevolg hebben.
Begrijpelijk dat voor verpleegkundigen een belangrijke taak is weggelegd om de patiënt goed te observeren en tijdig hulp in te roepen als er sprake is van lichamelijke instabiliteit. Op verpleegafdelingen worden standaard  lichamelijke functies geobserveerd , meestal is dit de bloeddruk, hartfrequentie en de temperatuur die in kaart gebracht.

Een belangrijke overzichtsstudie [1] laat zien dat naast genoemde observaties ook de ademhaling en zuurstof saturatie belangrijke  voorspellers zijn voor de kans op achteruitgang van de patiënt.
Een wereldwijde werkgroep [2] op het gebied van tijdige herkenning en behandeling van de vitaal bedreigde patiënt heeft daarom onlangs de aanbeveling geformuleerd om op alle verpleegafdelingen ook de ademhaling en de zuurstofsaturatie standaard in het observatieschema van de patiënt op te nemen.  Is dit nieuws al op jouw afdeling bekend en is men bereid deze aanbeveling door te voeren?

En de antwoorden zijn:
Een ademhalingsfrequentie tussen de >40 en <5 is alarmerend. Een ademhalingsfrequentie tussen >30 en <8 is een gegronde aanleiding om een arts in te roepen en te zorgen dat deze situatie niet verergerd of onnodig lang aanhoudt.
Een zuurstofsaturatie van <90 met toediening van zuurstof is alarmerend. Een zuurstofsaturatie van < 98 moet met de arts worden besproken.

 

Reference List

 

1   Jacques T, Harrison GA, McLaws ML, Kilborn G. Signs of critical conditions and emergency responses (SOCCER): a model for predicting adverse events in the inpatient setting. Resuscitation 2006 May;69(2):175-83.

2   DeVita MA, Smith GB, Adam SK, Adams-Pizarro I, Buist M, Bellomo R, et al. “Identifying the hospitalised patient in crisis”–a consensus conference on the afferent limb of rapid response systems. Resuscitation 2010 Apr;81(4):375-82.

Share

Kwaliteit van leven als voorspellende factor voor overleven?

31 mei 2010 door Ans Rensen

vragenlijst2

Uit een onderzoek van Hofhuis et al. (2008) blijkt dat de kwaliteit van leven (KvL) vóór  IC-opname net zo goed gebruikt kan worden als voorspeller van overleving/sterfte als de APACHE II score bij patiënten die langer dan 48 uur op de IC worden opgenomen. Evaluatie van de KvL kan bij ernstig zieke patiënten zelfs met één vraag worden beantwoord: hoe vond u uw algemene gezondheid de laatste tijd: ‘’uitstekend, goed, redelijk, matig, slecht’’.

Volgens de auteurs kan deze score een bijdrage leveren in het beslissingsproces over welke patiënten potentieel voordeel hebben van IC behandeling.

Wij zijn benieuwd naar  uw mening en mogelijke ervaring hiermee.

Literatuur:

Hofhuis, JG, Spronk PE, van Stel HF, Schrijvers AJ, Bakker J. (2007).Quality of life before intensive care unit admission is a predictor of survival. Crit Care 2007; 11 (4):R78.

Share