Lectoraat Acute Intensieve Zorg

Betalen voor Spoedeisende Hulp schrikt af

26 juli 2010 door Remco Ebben

Betalen in de zorgSpoedeisende hulpafdelingen (SEH) dreigen overbezet te raken omdat het percentage onterechte zelfverwijzers toeneemt. Daarnaast is de verwachting dat het gebruik van spoedzorg de komende jaren met ruim 6% stijgt. Door deze ontwikkelingen komt de kwaliteit van zorg op de SEH in het gedrang. Daarom moeten er maatregelen worden genomen dreigende overbelasting van de SEH aan te pakken.

Een van deze voorgestelde maatregelen is om het aantal onterechte zelfverwijzers terug te dringen door ze te laten betalen voor hun SEH bezoek. In het artikel ‘Betalen voor SEH schrikt af’ (Medisch contact 2010:29/30:1479-1481) wordt middels een panelstudie onderzocht welke effect deze maatregel heeft op onterechte bezoeken. De onderzoekers concluderen dat het aantal onterechte zelfverwijzers zal dalen, maar dat er mogelijk ook een ongewenst neveneffect ontstaat: mensen met acute en levensbedreigende klachten lijken ook te worden afgeschrikt omdat zij zouden moeten betalen. De onderzoekers pleiten voor een beter triagesysteem, waarbij ‘aan de poort’ wordt beslist of een patiënt naar de SEH of huisartsenpost gaat.

Wat vindt u? Weegt het gewenste effect (daling onterechte zelfverwijzers) op tegen het ongewenste neveneffect (afschrikken van patiënten die wel SEH zorg nodig hebben)? U kunt hieronder reageren.

Het hele artikel kunt u hier lezen: http://medischcontact.artsennet.nl/blad/Tijdschriftartikel/Betalen-voor-SEH-schrikt-af.htm

Afstudeerproject studenten Minor High Care

23 juli 2010 door Lilian Vloet

Overdracht van een IC-behoeftige patiënt van de SEH naar de IC

Dit is het onderwerp waarmee Anniek Bender & Michel van der Pol, studenten verpleegkunde van  de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) hun HBO-V opleiding met de Minor High Care afronden. Zij deden hun afstuderproject onder begeleiding van het Lectoraat Acute Intensieve Zorg (LAIZ) in  samenwerking met het Instituut Verpleegkundige Studies (IVS) en Acute Zorg Regio Oost (AZO). overdracht IC

Samenvatting

Vraagstelling: Via welke methode kan de verpleegkundige overdracht tussen de SEH en de IC, van een IC-behoeftige patiënt, effectief en efficiënt verlopen?

Doelstelling: Voor 1 juni 2010 is er een methode voor de verpleegkundige overdracht tussen de SEH en de IC verkregen, die toepasbaar is voor een IC-behoeftige patiënt, waarbij de relevante informatie effectief en efficiënt overgedragen wordt.

Methode van onderzoek: Literatuurstudie. Door middel van een van te voren opgestelde zoekstrategie, is er gezocht in de databases Pubmed en Cinahl. Aan de hand van opgestelde punten is er een selectie gemaakt van de artikelen. De artikelen zijn vergeleken in een analyseschema en er is een lijst van items gemaakt die volgens de literatuur in een overdracht aan bod moeten komen. Deze lijst is als uitgangspunt gebruikt voor de interviews.

Interviews: Er zijn zes verpleegkundigen geïnterviewd (drie Spoedeisende hulp verpleegkundigen en drie Intensive Care verpleegkundigen) met een zelf ontwikkelde vragenlijst. Aan de zelfontwikkelde vragenlijst is de itemlijst uit de literatuur toegevoegd. De interviews zijn volledig getranscribeerd. Door middel van een opgestelde codeboom zijn de items die genoemd zijn in de interviews geturfd en in een schema gezet. Er is telkens onderscheid gemaakt tussen de schriftelijke en mondelinge overdracht.

Resultaten: Literatuurstudie: Er zijn verschillende overdrachtsmethodes beschreven. De twee methodes die betrekking hebben op de acute zorg zijn de ABCD-methodiek en de MIST-methodiek. De overige methodes zijn erg uitgebreid en bevatten overbodige punten of gaan niet in op de vitale functies.

Interviews: In het onderzoeksverslag staan de belangrijkste en opvallende resultaten, inclusief de percentages, uit de interviews vermeld. Alle verdere specifieke percentages zijn terug te vinden in de bijlagen. Bij de schriftelijke overdracht is het van belang dat het overdrachtsformulier adequaat ingevuld word.  Voor de mondelinge overdracht zijn er verschillende zaken belangrijk bevonden zoals: personalia, medische voorgeschiedenis,  observaties waaronder de uitschieters van de vitale parameters en de communicatieproblematiek van de patiënt.   

Conclusie: Aan de hand van de uitslagen van de literatuurstudie en de resultaten van de interviews, kan er geconcludeerd worden dat een aangepaste ABCD-methodiek het beste als mondelinge overdrachtsmethode gebruikt kan worden. De ABCD-methodiek moet echter wel aangevuld worden met items zoals, personalia, medische voorgeschiedenis en behandeling/handeling. Als schriftelijke overdracht voldoet het huidige overdrachtsformulier indien het adequaat is ingevuld. Wel zijn er enkele aanpassingen gewenst. Er is een aanbeveling gedaan om de ABCD-methodiek niet alleen voor de vitale parameters te gebruiken, maar ook voor de behandeling/handeling die patiënt ondergaan heeft, de reactie op de behandeling/handeling en de relevante onderzoeken. 

Klinische blik: afstudeerprojecten studenten Minor High Care

16 juli 2010 door Lilian Vloet

In de bijlagen treft u twee kwaliteitsprojecten van studenten verpleegkunde van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) aan. De researchgroep Acute Zorgregio Oost (AZO) wil in samenwerking met het Instituut Verpleegkundige Studies (IVS) van de HAN en het Lectoraat Acute Intensieve Zorg (LAIZ) een leerboek gaan samenstellen voor verpleegkundigen (in opleiding) werkzaam in de acute, intensieve zorg. Hierin wordt het begrip ‘klinische blik’ geoperationaliseerd.

mariska3marieke

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op dit moment is het begip ‘klinische blik’ een veel gebruikte term in de praktijk bij verpleegkundigen die respiratoir bedreigde patienten observeren zonder te weten wat dit begrip precies inhoudt. In dit kwaliteitsproject van Mariska Klaassen, Sarah Kladakis en Anouk de Wildt wordt een antwoord gegeven op deze vraag. Belangrijkste resultaten: Volgens IC-verpleegkundigen is de ‘klinische blik’ vooral het observeren van de patiënt. Kennis, ervaring, intuitie en respiratieparameters vinden IC-verpleegkundigen een ondersteuning geven bij het observeren van de patient. Ondanks dat het begrip moeilijk gedefinieerd kan worden, vindt menig IC-verpleegkundige toch dat verpleegkundige zorg zonder de ‘klinische blik’ niet compleet is. Conclusie:  Het begrip ‘klinische blik’ van IC-verpleegkundigen die respiratoir bedreigde patiënten observeren, is een niet strak omlijnt begrip. Geconcludeerd kan worden dat de ‘klinische blik’ bestaat uit het observeren van de patiënt. Het observeren wordt ondersteund door kennis, ervaring, intuïtie en fysiologische respiratieparameters. Alle respiratieparameters die in de literatuur van Mocking en Tijink (2010) vermeld stonden, worden in de praktijk gebruikt door IC-verpleegkundigen. Daarbij zijn twee nieuwe respiratieparameters aan het licht gekomen namelijk; de beademingsmachine en slikken.

Het tweede project van Marieke Peeters en Malou Peters betreft dezelfde vraag  naar de klinische blik van IC verpleegkundigen voor circulatoir bedreigde patienten. Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de klinische blik niet los gezien kan worden van de verpleegkundige observaties. Wanneer een IC- verpleegkundige de kamer van een patiënt binnenloopt, probeert zij zich binnen enkele minuten een beeld te vormen van wat er speelt. Dit doet zij door te kijken naar en te voelen aan de patiënt. Aan de hand hiervan kan de IC- verpleegkundige een inschatting maken van de toestand van de patiënt. De IC- verpleegkundige vergelijkt dat wat zij waarneemt bij de patiënt, met de parameters en dat wat er op de monitor te zien is. Bij het observeren van een circulatoir bedreigde patiënt worden drie onderdelen gerekend: de klinische blik, de circulatoire parameters en labuitslagen. De klinische blik wordt ontwikkeld aan de hand van goede opleiding(en), ervaring en bijscholing. Uit de observaties blijkt dat alle genoemde circulatoire parameters, die in het eerste deel van het Intensive Care boek beschreven staan, gebruikt worden door de geobserveerde IC- verpleegkundigen. Gedurende de onderzoeksperiode werden er naast deze circulatoire parameters, geen andere parameters gebruikt. Slechts de helft van de IC- verpleegkundigen vermeld de klinische blik in de voortgangsrapportage.

Samenvatting respiratoir bedreigde patient

Samenvatting circulatoir bedreigde patient

Geplaatst in Onderwijs, Onderzoek | Reageer

Afstudeerprojecten studenten Minor High Care: Vitaal Bedreigde Patiënt

16 juli 2010 door Lilian Vloet
De afgelopen maanden hebben studenten verpleegkunde van de Minor High Care van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen in samenwerking met het Lectoraat Acute Intensieve Zorg en de onderzoeksgroep van Acute Zorgregio Oost een afstudeerproject afgerond. Hieronder treft u de samenvatting van een onderzoek van Pauline Dinkelman en Lara Spiekermann naar het invullen van een formulier voor de Vitaal Bedreigde Patient.  

scriptie vitaal bedreigde patient

Het landelijke Veiligheids Managementsysteem (VMS) heeft een programma ontwikkeld met tien evidence based thema’s rondom veilige zorg. Één van deze thema’s is de ‘Vroege Herkenning en Behandeling Vitaal Bedreigde Patiënt’. Uit onderzoek is gebleken dat om vitaal bedreigde patiënten tijdig en adequaat te signaleren, er het best gewerkt kan worden met Early Warning Scoring Systems en Spoed Interventie Teams. Na aanleiding hiervan is er in 2009 het formulier de ‘Vitaal bedreigde Patiënt’ in het Slingeland Ziekenhuis (SZ) geïntroduceerd. Het formulier wordt echter onvoldoende gebruikt en inadequaat ingevuld. Dit is de reden geweest om de volgende vraag te formuleren: Waarom wordt het formulier ‘de Vitaal Bedreigde Patiënt’ op de verpleegafdelingen A2, N1, N2 en N0 van het Slingeland Ziekenhuis niet of inadequaat ingevuld?
Om deze vraag te beantwoorden is er een vragenlijst afgenomen onder de verpleegkundigen van vier afdelingen in het Slingeland Ziekenhuis, waarvan drie afdelingen de meeste patiënten naar de Intensive Care overplaatsen. De enquête was bedoeld om in kaart te brengen wat de kennis rondom het formulier de ‘Vitaal Bedreigde Patiënt’ en het Spoed Interventie Team is en om inzicht te krijgen in waarom het formulier onvoldoende en inadequaat wordt gebruikt.
De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat de afdelingsverpleegkundigen wel erg gemotiveerd zijn om het formulier te hanteren, maar het echter onvoldoende en inadequaat toepassen. Er zijn een aantal factoren die een optimaal gebruik belemmeren. Deze zijn voornamelijk dat niet alle disciplines het formulier goed hanteren, er onder de verpleegkundigen een kennistekort is over de vitaal bedreigde patiënt en het formulier, de implementatie niet als voldoende wordt ervaren door de afdelingsverpleegkundigen en het formulier op de afdeling niet goed te vinden is.
Dit onderzoek heeft het formulier weer duidelijk onder de aandacht van de afdelingsverpleegkundigen gebracht. Naar aanleiding van de conclusies zijn er aanbevelingen gedaan voor het Slingeland Ziekenhuis om het gebruik van het formulier te optimaliseren en zodoende een weg vrij te maken voor het introduceren van een Spoed Interventie Team. Hiervan zijn de belangrijkste aanbevelingen dat de verpleegkundigen beter geschoold moeten worden in de hantering van het formulier en dat er één of twee verantwoordelijke verpleegkundigen per afdeling het formulier toegewezen krijgen als aandachtsveld. Deze verpleegkundigen houden toezicht op het gebruik en verdere implementatie. Tevens moet de samenwerking met de medisch specialisten worden verbeterd. 
Geplaatst in Onderwijs, Onderzoek | Reageer

Delirium op de Intensive Care

12 juli 2010 door Mark van den Boogaard

overzicht ICRecentelijk is door de medische beroepsvereniging van de Intensive Care (NVIC) de richtlijn Delirium op de Intensive geaccordeerd.

Dit is voor onze IC praktijk vooral erg belangrijk omdat in toenemende mate delirium screeningsinstrumenten (om delirium bij de IC patiënt te kunnen vaststellen) worden geïmplementeerd. Uit onderzoek is namelijk bekend dat als patiënten niet standaard worden gescreend op delirium ongeveer 60-70% van de delirium gevallen niet worden herkend door zowel de verpleegkundigen (60%) als door de artsen (70%). Eveneens weten we uit onderzoek dat IC-patiënten met een delirium langer aan de mechanische beademing liggen, langer op de IC en in het ziekenhuis verblijven en vaker overlijden dan niet delirium patiënten. Uit implementatie onderzoek in het UMC St Radboud is gebleken dat vroegherkenning middels een delirium screeningsinstrument kan bijdragen aan een verkorting van de delirium behandeling(1). Maar wil de implementatie van een delirium screeningsinstrument succesvol zijn dan is het ook belangrijk dat de artsen anticiperen op de resultaten van de screening uitgevoerd door de IC-verpleegkundigen. Dit betekent dat naast de implementatie van het instrument ook aandacht moet zijn voor de invoering van een delirium behandelingsprotocol. En juist de goedgekeurde richtlijn kan hiervoor als leidraad gebruikt worden door alle IC’s in Nederland.

Dit is dan weer een belangrijke zet in de kwaliteitsverbetering van de zorgverlening voor onze intensive care patiënten.

 

Reference List

 

  (1)   van den Boogaard M., Pickkers P, van der Hoeven H., Roodbol G, van Achterberg T., Schoonhoven L. Implementation of a delirium assessment tool in the ICU can influence haloperidol use. Crit Care 2009 Aug 10;13(4):R131.

Met spoed van de pijn af?

5 juli 2010 door Sivera Berben

Patiënten die een ongeluk krijgen hebben vaak pijn. Onderzoek in de ambulancezorg en op de spoedeisende hulp (SEH) laat zien dat deze pijn onderbehandeld wordt. Er is dus ruimte voor verbetering. Samen met dertien landelijke beroepsverenigingen en een subsidie uit het ZonMw Spoedzorgprogramma is nu een conceptrichtlijn ontwikkeld met aanbevelingen voor de praktijk. Onderzoekers van het Lectoraat Acute Intensieve Zorg en de afdeling SEH en Acute Zorgregio Oost van het UMC St Radboud zijn bezig met de voorbereiding van een praktijktoets.

 

wachtkamer

 

De richtlijn ‘Pijnbehandeling bij traumapatiënten in de spoedzorgketen’ is geschreven voor en door professionals in de spoedzorg. Aanbevelingen zijn gebaseerd op onderzoek uit de internationale spoedzorgliteratuur en best practices. Opvallend is dat voor een aantal alom bekende, gebruikte en geaccepteerde handelingen als koelen, geen bewijs is gevonden voor de effectiviteit op acute pijn in de spoedzorg.

Op dit moment zijn de onderzoekers bezig een nieuw farmacologisch pijnprotocol te ontwikkelen gebaseerd op de richtlijn. Ambulancediensten, (huisartsenposten (HAP)), Mobiel Medisch Team en SEH-afdelingen in de veiligheidsregio GelderlandMidden en GelderlandZuid gaan een pijnprotocol toetsen in de praktijk. Zorgverleners uit het veld hebben hier een grote rol in. Uiteindelijk zal het protocol bij de richtlijn gevoegd worden. Ook wordt een patiënteninformatiefolder geschreven voor de wachtkamer op de HAP en op de SEH. Wilt u meer informatie over dit project dan kunt u contact opnemen met Hennie Kemps: Hennie.Kemps@han.nl of Sivera Berben: Berben@seh.umcn.nl

Acties op de SEH met betrekking tot de implementatie van de richtlijn “Triage op de SEH”

24 juni 2010 door Maaike Janssen

DSC05789

Het publiceren van richtlijnen  geeft nog geen garantie voor implementatie en gebruik van de richtlijn in de praktijk. Om te onderzoeken welke weg SEH-afdelingen bewandelen om tot een bepaalde mate van opvolging van de richtlijn “Triage op de spoedeisende hulp” te komen, zijn er diepte-interviews afgenomen op verschillende SEH-afdelingen. Hierbij is de volgende vraagstelling gesteld: Welke acties ondernemen SEH-afdelingen ten aanzien van de implementatie van de richtlijn ‘Triage op de spoedeisende hulp’?

Van april tot begin juni 2010 hebben wij, als studenten Verpleegkunde aan de HAN, deel mogen nemen aan het Do Triage onderzoek. Ons aandeel hierbij was om de interviews van de controlegroep uit het project Do Triage te analyseren, om antwoord te krijgen op bovenstaande onderzoeksvraag.

Uit de analyses kwamen de volgende onderwerpen naar voren waarop men al wel of geen acties op ondernomen heeft: pijn, patiëntenvoorlichting, doorstroming, motivatie, randvoorwaarden, taken en verantwoordelijkheden, kwaliteitswaarborging, artsen, kennis, communicatie en samenwerking.

Op 15 juni hebben wij onze resultaten met succes verdedigd en zijn we nu (bijna) student af. We hebben met veel plezier deelgenomen aan Do Triage. Daarom willen we het lectoraat bedanken voor de leerzame ervaring.

Daniëlle van Os en Talisha de Rouw

Zonder zuurstof geen leven!

21 juni 2010 door Friede Simmes

zuurstof[1]Voordat je verder leest eerst de vraag:
Welke ademhalingsfrequentie  en welke zuurstofsaturatie vind jij normaal?  
Het antwoord vind je onderaan dit artikel.

Uit onderzoek blijkt dat patiënten vaak voorafgaand aan een circulatiestilstand signalen van lichamelijke instabiliteit laten zien. Verschillende verschijnselen vertonen zich tot wel 72 uur  voorafgaand aan de instabiliteit.
Medewerkers op verpleegafdelingen herkennen deze signalen vaak niet, waardoor een vertraging in de adequate behandeling van ernstig zieke patiënten ontstaat. Dit kan ongeplande opname op de ic-afdeling, verlengde opnameduur, reanimatie of zelfs overlijden tot gevolg hebben.
Begrijpelijk dat voor verpleegkundigen een belangrijke taak is weggelegd om de patiënt goed te observeren en tijdig hulp in te roepen als er sprake is van lichamelijke instabiliteit. Op verpleegafdelingen worden standaard  lichamelijke functies geobserveerd , meestal is dit de bloeddruk, hartfrequentie en de temperatuur die in kaart gebracht.

Een belangrijke overzichtsstudie [1] laat zien dat naast genoemde observaties ook de ademhaling en zuurstof saturatie belangrijke  voorspellers zijn voor de kans op achteruitgang van de patiënt.
Een wereldwijde werkgroep [2] op het gebied van tijdige herkenning en behandeling van de vitaal bedreigde patiënt heeft daarom onlangs de aanbeveling geformuleerd om op alle verpleegafdelingen ook de ademhaling en de zuurstofsaturatie standaard in het observatieschema van de patiënt op te nemen.  Is dit nieuws al op jouw afdeling bekend en is men bereid deze aanbeveling door te voeren?

En de antwoorden zijn:
Een ademhalingsfrequentie tussen de >40 en <5 is alarmerend. Een ademhalingsfrequentie tussen >30 en <8 is een gegronde aanleiding om een arts in te roepen en te zorgen dat deze situatie niet verergerd of onnodig lang aanhoudt.
Een zuurstofsaturatie van <90 met toediening van zuurstof is alarmerend. Een zuurstofsaturatie van < 98 moet met de arts worden besproken.

 

Reference List

 

1   Jacques T, Harrison GA, McLaws ML, Kilborn G. Signs of critical conditions and emergency responses (SOCCER): a model for predicting adverse events in the inpatient setting. Resuscitation 2006 May;69(2):175-83.

2   DeVita MA, Smith GB, Adam SK, Adams-Pizarro I, Buist M, Bellomo R, et al. “Identifying the hospitalised patient in crisis”–a consensus conference on the afferent limb of rapid response systems. Resuscitation 2010 Apr;81(4):375-82.

Geplaatst in Outreach project | Reageer

Vooraankondiging Invitational Conference 2010

9 juni 2010 door Remco Ebben

Vooraankondiging als JPG2Op 14 oktober 2010 organiseert het Lectoraat Acute Intensieve Zorg haar jaarlijkse Invitational Conference. Thema van dit jaar is ‘Omgaan met (on)macht in de acute, intensieve zorg. Leren van ervaringen’. De Invitational Conference is bedoeld voor verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, fysiotherapeuten, leidinggevenden, beleidsmedewerkers, onderzoekers, studenten, docenten en iedereen met interesse in de acute, intensieve zorg. Aan deelname zijn geen kosten verbonden.

U kunt de vooraankondiging hier downloaden. Begin september verschijnt het volledige programma. Vanaf vandaag kunt u al wel meer informatie opvragen bij Veronica Varol: Veronica.Varol@han.nl

Oproep

1 juni 2010 door Maaike Janssen

Hallo,

Ik ben op zoek naar posters van het MTS. Maakt iemand hier gebruik van of weet iemand waar ik deze zou kunnen krijgen? Ik hoor het graag!

Maaike.janssen@han.nl

Geplaatst in Niet gerubriceerd | Reageer
Oudere berichten »